Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.

Artikel 2.1.1.

Waar lopen we tegenaan

Onderdeel van Beleidsplan kapaanvragen Blaricum

Kapaanvragen worden getoetst aan de Algemene Plaatselijke Verordening van Blaricum. Hierin is aangegeven voor welke bomen een kapvergunning nodig is. Er is ook aangegeven op welke gronden de vergunning kan worden geweigerd (art 4.13). Daarbij zijn vijf “waarden” van bomen genoemd, zoals de landschappelijke of de beeldbepalende waarde. Deze waarden zijn verder uitgewerkt in het beoordelingsformulier. Maar de omschrijving in dit formulier is niet altijd specifiek. Bijvoorbeeld: de houtopstand is typerend voor de lokale omstandigheden. Of: de houtopstand levert een belangrijke bijdrage aan het (stads)klimaat. “Typerend” en “belangrijk” zijn niet verder toegelicht/onderbouwt. Hierdoor zijn interpretatieverschillen mogelijk. In de huidige VFL staat op welke gronden een vergunning kán worden geweigerd. Maar naast redenen om een boom te willen behouden zijn er ook redenen om een boom te willen kappen (verwijderingsbelang). Denk aan wortelopdruk, schaduw, overhangende takken of een boom die in de weg staat bij bouwwerkzaamheden. Op dit moment ontbreekt een kader op basis waarvan we het verwijderingsbelang kunnen meewegen. Ook het verwijderingsbelangen moet specifiek zijn omschreven, om interpretatieverschillen te vermijden. Bijvoorbeeld bladval vindt niet iedereen even erg. De een ziet rommel of kans op gladheid, de ander een schuilgelegenheid voor egels en insecten. Doel: Kapaanvragen kunnen eenduidig worden beoordeeld

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel