• - 1. Indien de accountant bij een controle afwijkingen, waarvoor geen afdoende verklaringen gegeven kunnen worden, constateert en de afwijkingen leiden tot het niet-afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift van deze melding aan het college.
  • - 2. Medio het jaar voert de accountant een interim-controle uit. De interim-controle dient in een aaneengesloten tijdsblok van maximaal 4 weken plaats te vinden en uiterlijk 30 september te worden beëindigd. Na het uitvoeren van de interim-controle brengt de accountant een managementletter uit. Hierin wordt ingegaan op te realiseren verbeterpunten
  • - 3. De managementletter en de reactie daarop van het college worden aan de auditcommissie toegestuurd.
  • - 4. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden door de accountant aan het college voorgelegd met de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.
  • - 5. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarverslaggeving het verslag van bevindingen alsmede de reactie hierop van het college met de auditcommissie.
  • - 6. Vòòr 1 juni van het volgende jaar worden de gecontroleerde jaarverslaggeving (inclusief accountantsverklaring), het verslag van bevindingen alsmede de reactie van het college hierop aan de raad ter beschikking gesteld.