• - De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
  • - De accountant bepaalt de frequentie van de uit te voeren controles, binnen het kader van de opdrachtverlening en het afgesproken budget. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.