1. De colleges van de gemeenten kunnen tussentijds aan de Centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van deze regeling.

2. Na een positief advies vanuit Regionaal Bestuurlijk Overleg over het wijzigingsvoorstel doen de Gemeenten een daartoe strekkend voorstel toekomen aan hun colleges.

3. Een wijziging komt tot stand, wanneer de colleges van de Gemeenten daartoe besluiten nadat zij om een zienswijze aan de raden hebben gevraagd en in tweede instantie toestemming hebben verkregen van hun raden.

4. Op de tussentijdse wijziging van deze regeling is artikel 23 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.