1. Een Gemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad.
2. Een Gemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden.
3. Een Gemeente maakt het voornemen tot uittreding tenminste een jaar voor de voorgenomen datum van uittreding per aangetekende brief kenbaar aan de Centrumgemeente.
4. De Gemeenten stellen de kosten voor de uittredende gemeente vast.
5. De verantwoordelijkheid voor de taken op het gebied van Beschermd wonen of aanverwante taken van de uittredende gemeente berust met ingang van de datum van uittreding niet langer bij de Centrumgemeente.
6. Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 23 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.