1. Het verwezenlijken van het doel van deze Centrumregeling wordt gefinancierd via de rijksmiddelen die de Centrumgemeente ontvangt. Bij invoering van de Wet Woonplaatsbeginsel en het bijhorende nieuwe verdeelmodel stellen de Gemeenten financiële middelen die vanuit de Rijksoverheid worden ontvangen voor de uitvoering van Beschermd wonen, beschikbaar aan de Centrumgemeente in één gezamenlijk budget. Dit budget wordt het ‘regionale budget’ genoemd.

2. De Regiogemeenten stellen de door het Rijk aan hen beschikbaar gestelde middelen voor beschermd wonen beschikbaar aan de Centrumgemeente. Zij betalen het voorschot voor het 2de kwartaal van het betreffende jaar aan de Centrumgemeente.

3. De Regiogemeenten brengen de afgesproken uitvoeringskosten op het voorschot in mindering. De uitvoeringskosten worden jaarlijks tussen de gemeenten afgestemd en vastgesteld. Het regionale beleidsteam bepaalt de hoogte van de uitvoeringskosten en neemt dit bedrag op in het financieel verslag dat ter goedkeuring en vaststelling wordt voorgelegd in het Regionaal Bestuurlijk Overleg.

4 De Centrumgemeente zorgt voor een financieel verslag van het regionale budget. Dit verslag wordt twee maal per jaar, te weten op 1 juli en op 1 november, door de Centrumgemeente met de Regiogemeenten geëvalueerd en gedeeld. Uit dit verslag blijkt onder andere van de kosten voor financiering van aanbieders van opvang of Beschermd wonen, de in het derde lid genoemde uitvoeringskosten alsook van de kosten van de gemeente Bergen op Zoom in haar rol van Centrumgemeente. Ook de berekening van de verdeelsleutel wordt in het verslag opgenomen.