In dit beleidsstuk wordt verstaan onder:
BEDRIJFSWONING
Een bedrijfswoning is een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf waar de woning bij hoort. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden.
BEDRIJF
Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen, het bedrijfsmatig verlenen van diensten danwel internetverkoop, zelfstandige kantoren en aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
BEDRIJVENTERREINEN
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor de vestiging van commerciële bedrijven.
BETAALBARE KOOPWONING
Een woning met een maximale koopprijsgrens van € 405.000,- (prijspeil 2025). Indexatie conform (landelijke) afspraken in de Woondeal 2.0 of diens opvolger.
BOUWKUNDIG SPLITSEN
Het verbouwen van één woning tot twee kleinere zelfstandige wooneenheden. Splitsing kan horizontaal (per etage) en verticaal (linker- en rechterdeel, of een voor- en achterhuis). Er ontstaan één (of meer) nieuwe huizen met eigen huisnummer(s). Eventueel kunnen niet noodzakelijke voorzieningen gemeenschappelijk blijven (zoals een trappenhuis of tuin).
FAMILIELEDEN IN DE EERSTE GRAAD
De partner (via huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract), de ouders (inclusief stiefouders en adoptieouders), (schoon)ouders, kinderen (inclusief stiefkinderen en adoptiekinderen) en schoondochters en schoonzonen. Onder kinderen worden in deze beleidsregel ook pleegkinderen begrepen.
FAMILIELEDEN IN DE TWEEDE GRAAD
Broers, zussen, kleinkinderen, opa's, oma's, schoonzussen, zwagers, stiefzussen en stiefbroers.
GBO
Gebruiksoppervlakte van de woning, zoals gedefinieerd in de NEN2580.
GEBOUW
Een gebouw is een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, conform omschrijving omgevingswet.
HUISHOUDEN
Een huishouden is een groep van één of meer personen die in een woning duurzaam samenleven, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling.
HOOFDGEBOUW
Het hoofdgebouw zoals dat ten tijde aanvraag van het initiatief is geadministreerd in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de gemeente Duiven.
HOSPITAVERHUUR
Het verhuren van één onzelfstandige kamer in een woning, waarbij de eigenaar en/of hoofdbewoner in bestaande woning blijft wonen.
JURIDISCH OF KADASTRAAL SPLITSEN
Het verbouwen van één woonhuis tot twee kleinere zelfstandige wooneenheden en kadastraal splitsen (juridisch splitsen). Kadastraal splitsen kan feitelijk dezelfde ingrijpende bouwkundige verbouwing vergen, met als enige verschil het afzonderlijke kadastraal splitsen, wat een gang naar de notaris vereist. Dit is alleen zinvol wanneer verkoop (van één of alle) woningen aan de orde is.
KAMER
Onzelfstandige woonruimte die bestaat uit één of meer verblijfsruimten niet zijnde gemeenschappelijke ruimten.
KAVELSPLITSING
Kavelsplitsing is het proces waarbij een perceel grond met de functie wonen of wonen en tuin wordt opgedeeld in twee tot maximaal drie afzonderlijke percelen, elk met een eigen kadastrale registratie ten behoeve van de bouw van één tot maximaal twee nieuwe woningen.
KAMERGEWIJZE VERHUUR/WONINGDELEN
Het verhuren van een kamer in een zelfstandige woning waarbij de toegelaten instelling de kamers verhuurt op basis van afzonderlijke huurcontracten per kamer.
LEVENSLOOPBESTENDIGE WONING
Een woning die de voorzieningen heeft om bewoners erin te laten blijven wonen als hun persoonlijke levensomstandigheden over langere periodes veranderen. Conform de minimaal gestelde eisen voor een levensloopbestendige woning in de (op dat moment) geldende Woonstandaard of diens opvolger.
MIDDENHUURWONING
Een huurwoning met een maximum van 186 punten conform het gemoderniseerde woningwaarderingsstelsel (WWS).
MIDDELPUNT
Het geometrisch middelpunt van het hoofdgebouw dat berekend kan worden op basis van de BAG-contouren, zoals opgenomen in het Kadaster.
ONZELFSTANDIGE WOONRUIMTE
Woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling zelfstandige woonruimte.
PMC
Een Product-Markt-Combinatie (PMC), zoals beschreven in de Woonstandaard, is een combinatie van een specifiek woningtype (vaak in combinatie met een huurklasse). Voor elke PMC worden basiseisen vastgesteld die van belang zijn voor concepten zoals grondgebonden woningen, gestapelde bouw, flexibele woningen en onzelfstandige woningen.
SOCIALE HUURWONING
Een huurwoning met een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens. In deze beleidsregels dient het te gaan om een sociale huurwoning welke wordt verhuurd door een toegelaten instelling.
TIJDELIJK BOUWWERK
Op grond van artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, in samenhang met bijlage I bij het Omgevingsbesluit, wordt hieronder verstaan een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is een bouwwerk met een instandhoudingstermijn van ten hoogste vijftien jaar op dezelfde locatie. Een tijdelijk bouwwerk mag op grond van artikel 4.8, eerste lid, Bbl voldoen aan het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw.
Dit kwaliteitsniveau ligt dus lager dan het reguliere kwaliteitsniveau voor nieuwbouw. Om die reden dient te worden verzekerd dat een tijdelijk bouwwerk dat op dat lagere niveau is gebouwd, na ten hoogste vijftien jaar wordt verwijderd. Wil men na vijftien jaar het bouwwerk toch langer op de locatie aanwezig laten zijn, dan is hiervoor een nieuwe omgevingsvergunning nodig, in het kader waarvan zal moeten worden voldaan aan het nieuwbouwniveau uit het Bbl.
TOEGELATEN INSTELLING
Een toegelaten instelling is, volgens artikel 19 van de Woningwet, een vereniging of stichting die toelating van de minister heeft gekregen om te werken op het gebied van volkshuisvesting.
WONINGSPLITSING
Het opsplitsen van één zelfstandige woning naar maximaal twee (2) zelfstandige woningen.
ZELFSTANDIGE WOONRUIMTE
Woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte (Burgerlijk Wetboek boek 7 artikel 234).
ZACHTE SPLITSING
Woonvorm waarbij de woning gedeeld wordt door meerdere huishoudens, maar zonder dat er aparte, zelfstandige woningen ontstaan. Er zijn gedeelde ruimtes, maar ook eigen kamers en sanitair voor elk huishouden
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Beter Benutten Bestaande Woonvoorraad en Kavels