Het verwerken van persoonsgegevens dient te voldoen aan het vereiste van dataminimalisatie. Dit beginsel brengt met zich mee dat niet meer persoonsgegevens mogen worden verwerkt dan strikt noodzakelijk is voor het doel. Ook vloeit uit dit beginsel voort dat persoonsgegevens alleen mogen worden verwerkt indien het doel van de verwerking niet redelijkerwijs op een andere wijze kan worden verwezenlijkt.
Waar mogelijk worden minder of geen persoonsgegevens verwerkt.
De gemeente beperkt inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene zoveel mogelijk en zoekt altijd de minst belastende manier. Inbreuk op de belangen van de betrokkene mag niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel. Hoofdregel is dat het alleen toegestaan is in overeenstemming met de wet en op een zorgvuldige wijze. Persoonsgegevens worden zoveel mogelijk verzameld bij de betrokkene zelf. De wet gaat uit van subsidiariteit: verwerking is alleen toegestaan als het doel niet op een andere manier kan worden bereikt. In de wet wordt ook gesproken over proportionaliteit: gegevens mogen alleen worden verwerkt als dit in verhouding staat tot het doel. Kan zonder of met minder (belastende) persoonsgegevens hetzelfde doel worden bereikt, kiest de gemeente daar altijd voor.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Dataminimalisatie (subsidiariteit en proportionaliteit)
Onderdeel van Strategisch privacybeleid Gemeente Eindhoven