Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 20

Woonkosten tijdens opname en detentie

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht

1.. Burgemeester en wethouders verstrekken bijzondere bijstand voor de noodzakelijke vaste kosten voor het aanhouden van een woning van een belanghebbende met een bijstandsuitkering die tijdelijk is opgenomen in een inrichting en bij wie de bijstandsnorm is omgezet naar de norm in inrichting verblijvend, indien: de opname naar verwachting niet langer dan twaalf maanden duurt; er geen andere personen in de woning achterblijven; en Utrecht tijdens de opname de gemeente van domicilie blijft. 2.. Burgemeester en wethouders verstrekken bijzondere bijstand voor de noodzakelijke vaste kosten voor het aanhouden van een woning van een belanghebbende ingeval van detentie, indien: de detentie plaatsvindt in Nederland; detentie naar verwachting niet langer dan zes maanden duurt; sprake is van bijzondere sociale of medische omstandigheden die aantoonbaar maken dat verlies van de woning ernstig nadeel veroorzaakt; de belanghebbende voorafgaand aan detentie geen mogelijkheid had te reserveren of andere maatregelen te treffen om de kosten te voorkomen; er geen andere personen in de woning achterblijven; En geen inkomen of vermogen heeft om deze kosten te kunnen dragen waarbij in afwijking van Hoofdstuk 2 alle beschikbare middelen aangewend moeten worden. 3.. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in lid 1 en 2 wordt vastgesteld op het bedrag van de huur minus de huurtoeslag en een forfaitair bedrag voor de vastrechtkosten per maand, zoals opgenomen in de bijlage “Forfaitaire bedragen” onder C.

Rechtspraak bij dit artikel