**1..** De Wet op de huurtoeslag geldt als een passende en toereikende voorliggende voorziening voor alle huurwoningen.
**2..** In afwijking van lid 1 wordt woonkostentoeslag verstrekt voor zelfstandige huurwoningen, indien belanghebbende door een plotselinge en onvoorzienbare inkomensdaling tijdelijk niet meer kan voorzien in de noodzakelijke woonkosten, en:
er tijdelijk nog geen recht op volledige huurtoeslag bestaat, of
er geen recht bestaat op huurtoeslag of volledige huurtoeslag, omdat de rekenhuur boven de maximale huurtoeslaggrens ligt waarover huurtoeslag wordt berekend.
**3..** De woonkostentoeslag wordt vastgesteld op het verschil tussen de maandelijkse rekenhuur (conform artikel 1, onder d, van de Wet op de huurtoeslag) en het bedrag van gebruikelijke woonkosten zoals opgenomen in de bijlage “Forfaitaire bedragen” onder C, waarbij de woonkostentoeslag niet hoger is dan het maandelijkse verlies aan inkomen.
**4..** De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor maximaal twaalf maanden.
**5..** Als de rekenhuur boven de maximale huurtoeslaggrens voor huurtoeslag ligt waarover huurtoeslag wordt berekend, geldt de verplichting om zo snel mogelijk goedkopere passende woonruimte te vinden of op een andere manier de financiële middelen en de woonkosten meer met elkaar in evenwicht te brengen. Burgemeester en wethouders leggen hierbij nadere verplichtingen op.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 21
– Woonkostentoeslag voor huurwoningen
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht