**1..** Burgemeester en wethouders verstrekken bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag aan de belanghebbende die als gevolg van een plotselinge en onvoorzienbare inkomensdaling tijdelijk niet meer kan voorzien in de noodzakelijke woonkosten van de koopwoning.
**2..** De woonkostentoeslag wordt uitsluitend verstrekt indien:
de woning de hoofdverblijfplaats is van belanghebbende;
de woning niet wordt verhuurd of als tweede woning wordt aangehouden;
geen beroep mogelijk is op een passende voorliggende voorziening, zoals een krediet of herfinanciering.
**3..** Tot noodzakelijke woonkosten worden uitsluitend gerekend:
de hypotheekrente;
een forfaitair bedrag aan overige eigenaarslasten, zoals opgenomen in de bijlage “Forfaitaire bedragen” onder C
**4..** De woonkostentoeslag wordt vastgesteld op het verschil tussen de maandelijks noodzakelijke woonkosten als bedoeld in lid 3 en het bedrag van gebruikelijke woonkosten zoals opgenomen in de bijlage “Forfaitaire bedragen” onder C, waarbij de woonkostentoeslag niet hoger is dan het maandelijkse verlies aan inkomen.
**5..** De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor maximaal twaalf maanden.
**6..** De belanghebbende heeft de verplichting om zo snel mogelijk goedkopere passende woonruimte te vinden of op een andere manier de financiële middelen en de woonkosten meer met elkaar in evenwicht te brengen. Burgemeester en wethouders leggen hierbij nadere verplichtingen op.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 22
– Woonkostentoeslag voor koopwoningen
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht