Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Berekening draagkracht

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht

1.. De draagkracht bestaat uit twee onderdelen. Draagkracht uit vermogen en draagkracht uit inkomen. 2.. Het vermogen, voor zover dat op de datum van aanvraag meer bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, wordt volledig aangemerkt als draagkracht. 3.. Voor draagkracht uit inkomen geldt het volgende: Over inkomen tot en met 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt geen draagkracht; Over inkomen van meer dan 125% maar minder dan 200% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, geldt 50% hiervan als draagkracht; Over inkomen van meer dan 200% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt 100% hiervan als draagkracht. 4.. Bij het vaststellen van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in lid 3 wordt geen rekening gehouden met verlagingen op grond van paragraaf 3.3 en wordt geen rekening gehouden met kostendelende medebewoners als bedoeld in artikel 19a van de wet. 5.. De belanghebbende die op de datum van een aanvraag beschikt over een geldige U-pas wordt voor de berekening van draagkracht geacht een inkomen te hebben lager dan 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 6.. In afwijking van lid 3 wordt voor de woonkostentoeslag als bedoeld in artikel 21 en 22, en voor de kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap als bedoeld in artikel 25, alle inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt. Lid 4 en 5 zijn in dat geval niet van toepassing. 7.. In geval géén sprake is van een schuldenbewind vanwege verkwisting of het het hebben van problematische schulden als bedoeld in artikel 431 lid 1 onderdeel b van het Burgerlijk wetboek, Boek 1, wordt in afwijking van lid 6, ten behoeve van de berekening van draagkracht de van toepassing zijnde bijstandsnorm verhoogd met €125,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel