Inwoners van onze gemeente krijgen passende opvang, ondersteuning en nazorg indien zij slachtoffer zijn van mensenhandel, dit op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Borging van een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatie is hierbij cruciaal. Ook voor professionals die signalen van mensenhandel of uitbuiting willen doorgeven, is het belangrijk dat zij weten dat hier adequaat op gereageerd wordt. Deze coördineerde taak is belegd bij de zorgcoördinator mensenhandel.
Daar waar potentiële slachtoffers in beeld komen, wordt contact opgenomen met de zorg coördinator. Voor het organiseren van specialistische opvang staat de zorgcoördinator in verbinding met CoMensha. Indien er lokaal geen (wenselijke) mogelijkheden zijn kan op deze manier bovenregionaal en landelijk geschakeld worden. Maatschappelijke ondersteuning voor slachtoffers van seksuele uitbuiting is door de centrumgemeente Utrecht ingekocht bij Pretty Woman en bij Belle Hulpverlening.4Pretty Woman biedt ondersteuning aan jongens en meiden tussen de 11 en 23 jaar. Belle Hulpverlening ondersteunt meerderjarige (ex) sekswerkers in de regio Utrecht en Gooi & Vechtstreek en is er voor slachtoffers van mensenhandel. Belle kan ook meegevraagd worden bij prostitutiecontroles en doet aan outreachend werk. Vanaf 2021 bieden Belle Hulpverlening en Pretty Woman regionale uitstapprogramma’s aan in de regio Utrecht. Met het regionaal uitstapprogramma prostituees (RUPS) worden prostituees geholpen om een ander leven op te bouwen. Inwoners van de regio, waaronder Nieuwegein, kunnen gebruik maken van het RUPS. Het is van belang dat hulpverleners, scholen en veiligheidspartners op de hoogte zijn van de wijze waarop de zorgcoördinatie georganiseerd is. De ketenregisseur mensenhandel neemt dit mee in haar contactmomenten met partners. Intern zal de aandachtsfunctionaris mensenhandel dit meenemen in het kader van bewustwording.
Opvang en overige gemeentelijke taken
De zorgcoördinator neemt veel taken op zich daar waar het gaat om een (vermoedelijk) slachtoffer van mensenhandel. Daarnaast zijn er een aantal zaken die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Zo geldt in de basis het principe dat de gemeente waar het slachtoffer wordt aangetroffen (financiële) verantwoordelijkheid neemt voor de hulp en opvang van slachtoffers die rechtmatig in Nederland verblijven. Of de betrokken in de basisregistratie personen staat ingeschreven, staat hierbuiten. Ook als slachtoffers worden doorgeplaatst naar tijdelijke opvang buiten de gemeente blijft de eigen gemeente (financieel) verantwoordelijk.5Bij uitplaatsing gelden de regels vanuit de centrale toegang beschermd wonen; de gemeente draagt een half jaar tot jaar verantwoordelijkheid, daarna neemt de wensgemeente de kosten over. Belle kan ondersteunen bij het vinden van een geschikte opvangplek. Ook in de vervolgtrajecten kan inzet van de gemeente gewenst zijn, zoals voor het verkrijgen van een WMO-indicatie. Op het moment dat de zorgcoördinator tegen knelpunten aanloopt binnen reguliere routes, kan geschakeld worden met de aandachtsfunctionaris mensenhandel.
De ondersteuning van slachtoffers vraagt om maatwerk. Het is belangrijk om voldoende laagdrempelige hulpverleningstrajecten beschikbaar te hebben. De kans op recidive onder slachtoffers van mensenhandel is groot. Op dit moment maakt de gemeente Nieuwegein gebruik van voornamelijk landelijke en regionale zorgaanbieders. In de uitvoering zal onderzocht worden of het zorgaanbod meer lokaal (eventueel vanuit het district Lekstroom) georganiseerd kan worden. Het afsluiten van meer/andersoortige contracten met zorgaanbieders kan eraan bijdragen dat passende zorg eerder geboden kan worden.
Preventie
Er zijn risicofactoren die mensen kwetsbaar voor mensenhandel maken, zoals een zwakke economisch positie met weinig perspectief op verbetering, verminderde geestelijke weerbaarheid, een licht verstandelijke beperking, de afwezigheid van een sociaal netwerk, het ontbreken van een juridische (verblijf)status of het niet spreken van de taal. Het zijn van minderjarig brengt per definitie een kwetsbaarheid met zich mee. Daarnaast kunnen sekswerkers kwetsbaar zijn voor uitbuiting.
In het uitvoeringsplan zal specifiek aandacht besteed worden aan het onderwerp preventie, vertaald naar risicogroepen. Hierbij zal de verbinding gezocht worden met bestaand beleid (als het armoedebeleid en het beleid om laag geletterdheid tegen te gaan) en met programma’s die reeds zijn vastgesteld en raakvlakken hebben met de geschetste risicogroepen. Waar geen aansluiting gezocht kan worden met bestaande programma’s zal bekeken worden op welke wijze de specifieke risicogroep het best bereikt kan worden in het kader van preventie (zowel slachtoffer als dadergericht).
Preventie seksuele uitbuiting (bij jongeren)
In haar rapportage: “Slachtoffers van mensenhandel in beeld bij CoMensha 2017-2021” stelt de Nationaal Rapporteur mensenhandel dat binnenlandse seksuele uitbuiting (waarbij de werving en uitbuiting in Nederland plaats vindt) naar schatting de meest voorkomende vorm van mensenhandel in Nederland is met het hoogste aandeel jonge slachtoffers. Meermalen heeft de rapporteur aanbevolen om de aanpak van binnenlandse seksuele uitbuiting in de minder zichtbare sector zoals de thuis- of escortprostitutie prioriteit te geven en daarbij de focus te leggen op de vele jonge slachtoffers. Het aandeel slachtoffers van seksuele uitbuiting die uitgebuit zijn in de minder zichtbare sectoren is namelijk elk jaar opgelopen, tot 64% in 2021. De gemeente Nieuwegein zal zich daarom meer richten op controle van de minder zichtbare sector. Het aangepaste sekswerkbeleid dat eind 2022 is vastgesteld vormt hiervoor de basis. Toezichthouders worden inmiddels opgeleid met de juiste kennis en vaardigheden om bestuurlijke controles op een professionele manier uit te kunnen voeren met daarbij aandacht voor kennis van signalen van mensenhandel.
Het actief inzetten op voorlichting en weerbaarheidstrainingen kan mogelijk bijdragen aan het voorkomen van slachtofferschap. Voorlichting vindt het best plaats vanaf groep 7/8 waarbij het van belang is om ook ouders hierbij te betrekken. De input van ervaringsdeskundigen kan hierbij van meerwaarde zijn.
Preventie daderschap
De rapporten van de Nationaal Rapporteur geven naast inzicht over de kenmerken van slachtoffers ook enig inzicht over de kenmerken van daders. De jonge leeftijd van slachtoffers en daders van seksuele uitbuiting valt hierbij in negatieve zin op. Naast het voorkomen van slachtofferschap, wordt daarom ook gericht ingezet op het voorkomen van daderschap, specifiek onder jongeren.6Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2020)
De gemeente Nieuwegein neemt deel aan het Zorg en Veiligheidshuis, waarin met verschillende zorg- en veiligheidspartners geprobeerd wordt te voorkomen dat personen dreigen af te glijden naar (verdergaand) crimineel gedrag. Eén van de lokale instrumenten hierbij is de persoonsgerichte aanpak (PGA). Op basis van twee politieregistraties (zonder nadere criteria) kan een PGA gestart worden met als doel om verder afglijden/recidive te voorkomen.
Zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande programma’s. Hierbij kan gedacht worden aan versterking eigen kracht, ondersteuning en begeleiding, zoals opgenomen in de programmabegroting 2023-2026. Ook kan verwezen worden naar de versterking van het Nationaal Programma Onderwijs van waaruit ondersteuning aan jeugdigen wordt geboden. Hierdoor wordt de mentale weerbaarheid verbetert en nemen gelijke onderwijskansen toe.
Recidive verminderen
Uit eerder onderzoek van de Nationaal Rapporteur blijkt dat er voor daders van mensenhandel relatief weinig toezichttrajecten worden gestart bij de reclassering. Ook is er op dit moment geen sprake van een specifiek resocialisatieprogramma voor daders van binnenlandse seksuele uitbuiting. De recidivecijfers benadrukken echter wel het belang van passende resocialisatie voor deze daders. Naast de reclasseringsorganisaties is ook de jeugdreclassering een belangrijke partij om daarin stappen te zetten. Als gemeente kunnen wij hier verantwoordelijkheid nemen door zicht te houden op veroordeelde delinquenten.
Aanpak daders
Belangrijk in de aanpak van mensenhandel is het aanpakken en bestrijden van de criminele activiteiten van mensenhandelaren. Met andere woorden: het verstoren van het criminele bedrijfsproces. Dit kan enerzijds door mensenhandel op te sporen, te beëindigen en te bestraffen. Anderzijds kan dit door barrières in het criminele proces op te werpen. Om een waterbedeffect te voorkomen zijn wij als gemeente Nieuwegein voornemens om zoveel mogelijk één gelijke lijn te trekken met de regio.
Opsporen en ingrijpen bij mensenhandel
Het opsporen en bestraffen van mensenhandel is in eerste instantie een taak van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en het Openbaar Ministerie (OM). Voor het bestrijden van mensenhandel is een integrale aanpak gewenst en noodzakelijk.
Als gemeente treden we handhavend op indien we potentiële daders in onze gemeente hebben waarbij actief de samenwerking met onze (veiligheids)partners wordt opgezocht. De middelen die hiervoor ingezet kunnen worden liggen in het bestuurlijk instrumentarium, zoals bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening, het weigeren of intrekken van vergunningen, het uitvoeren van integriteitstoetsen via de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), het stellen van (aanvullende) voorschriften en beperkingen in de vergunning, het terugvorderen van uitkeringen, het sluiten van panden en het weren van personen.
Barrières opwerpen
Als gemeente werpen we barrières op om daders te ontmoedigen. Aan de hand van een aantal barrières wordt inzichtelijk gemaakt welke stappen mensenhandelaren moeten zetten om hun criminele activiteit te kunnen uitoefenen en welke organisaties een rol kunnen spelen om die activiteit te bemoeilijken of te sanctioneren. Bij mensenhandel zijn dat in ieder geval barrières op de terreinen van werving, entree, huisvesting, identiteit, vervoer, arbeid en financiën. Ook de gemeente kan barrières opwerpen om mensenhandel te bestrijden. Deze barrières kunnen op verschillende plekken in de organisatie worden opgeworpen en hebben met verschillende beleidsterreinen te maken.
Voor een relevant overzicht van op te werpen barrières kan verwezen worden naar: https://barrieremodellen.nl. Samen met publieke en private partijen heeft het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) al veel criminele bedrijfsprocessen uitgewerkt in een barrièremodel. Met betrekking tot mensenhandel zijn meerdere barrièremodellen uitgewerkt, waaronder één specifiek voor seksuele uitbuit
Artikel 2.4
Opvang/hulpverlening slachtoffers & daders
Onderdeel van Beleid (voorkomen) seksuele uitbuiting gemeente Nieuwegein