- - De bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen bij beleidsarme, technische wijzigingen en wijzigingen waarbij er geen of geringe beleidsruimte is, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, meer specifiek:
- - het aanpassen van het Omgevingsplan conform een verleende Omgevingsvergunning;
- - het aanpassen van het Omgevingsplan ten gevolge van een door de gemeenteraad of college vastgesteld beleidsstuk;
- - het aanpassen van het Omgevingsplan ten gevolge van door het Rijk of de provincie opgelegde instructieregels waarbij de gemeente geen beleidsruimte meer heeft;
- - het aanpassen van het Omgevingsplan ten gevolge van een rechterlijke uitspraak waar de gemeente geen beleidsruimte meer heeft;
- - het aanpassen van het Omgevingsplan voor zover dat onder de Wet Ruimtelijke Ordening als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was;
- - het herstellen en verbeteren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefouten in regels of op de kaart;
- - het verwerken van inzichten uit nieuw onderzoek naar archeologie in de locatieaanduiding archeologische waarden;
- - het toevoegen en wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijziging voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben.
- - De bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen bij ruimtelijke ontwikkelingen met beperkte ruimtelijke impact, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, meer specifiek bij het wijzigen van het Omgevingsplan:
- - ten behoeve het realiseren van 15 of minder woningen, of;
- - ten behoeve van de functiewijziging van niet-woonpanden naar zelfstandige woonruimtes/wooneenheden met 15 of minder woningen, of;
- - voor het bouwen, veranderen, uitbreiden van woongebouwen/ niet-woonpanden waarbij de nieuwe bouwhoogte de 15 meter niet overschrijdt.
- - De bevoegdheid voor het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding, vaststelling en inwerkingtreding van het omgevingsplan, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 14.4, lid 5 van de Omgevingswet.
- - De volgende gevallen vast te stellen waarbij de raad op grond van artikel 16.15a onder b van de Omgevingswet om advies moet worden gevraagd, over aanvragen die niet passen binnen het Omgevingsplan en waarvoor een buitenplanse omgevingsvergunning nodig is:
- - als de aanvraag niet past binnen geldende beleidskaders, waaronder omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en andere vastgestelde beleidskaders, of;
- - als de aanvraag een ontwikkeling betreft
- - van 16 of meer woningen, of;
- - van een functiewijziging van niet-woonpanden naar zelfstandige woonruimtes/wooneenheden met 16 of meer woningen, of;
- - voor het bouwen, veranderen, uitbreiden van woongebouwen/niet-woonpanden waarbij de nieuwe bouwhoogte de 15 meter overschrijdt.
- - De gemeenteraad wijst op grond van artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet alle gevallen waarbij sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan voor participatie.
Enig artikel Besluit Bevoegdheden Omgevingswet
Onderdeel van Besluit Bevoegdheden Omgevingswet
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. Enig artikel bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon