De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben merendeels een gelijkluidende betekenis als de omschrijving in de Wet werk en bijstand.
Omdat uit de verordening moet blijken waar belanghebbenden recht op hebben, zijn de begripsomschrijvingen en de toelichting daarop uit de wet overgenomen en in de verordening opgenomen.
b. Alleenstaande
De omschrijving van het begrip alleenstaande komt overeen met de omschrijving die de wet hanteert. Degene die geen gezamenlijke huishouding voert met een ander en geen tot zijn last komende kinderen heeft, kan worden aangemerkt als alleenstaande.
Uit de omschrijving van het begrip gezamenlijke huishouding blijkt dat twee personen die bloedverwant zijn in de eerste graad (ouder - kind) en een gezamenlijke huishouding voeren niet als gehuwden worden aangemerkt. Daarom is uitdrukkelijk opgenomen dat deze personen als alleenstaande moeten worden gezien. Indien er sprake is van samenwoning met een bloedverwant in de tweede graad en deze is verzorgingsbehoevend, is er evenmin sprake van een gelijkstelling met gehuwden.
c. Alleenstaande ouder
Alleen degene die als alleenstaande de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen (kind jonger dan 18 jaar) kan, als alleenstaande ouder worden aangemerkt. In geval van co-ouderschap is het individualiseringsprincipe, zoals neergelegd in artikel 18 van de wet van toepassing.
d. Gehuwden
Dit behoeft geen nadere toelichting.
e. Kind
Het gaat hierbij om in Nederland woonachtige eigen kind(eren) of stiefkind(eren). Geadopteerde kinderen worden hieronder eveneens begrepen.
Pleegkinderen vallen niet onder het begrip "kind"; zij worden beschouwd als een zelfstandig subject van bijstand.
f. Ten laste komend kind
Onder het "ten laste komend kind" wordt verstaan het kind jonger dan 18 jaar voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken. Hierbij geldt dat het kind wel in Nederland moet wonen.
g. Belanghebbende
Onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In het geval van gehuwden zijn beide echtgenoten belanghebbende; beiden hebben een rechtstreeks belang bij een besluit van het college inzake de verlening van bijstand. De overige leden van een gezin, die onder de gezinsbijstand vallen, hebben geen afzonderlijk opeisbaar recht op bijstand. Zij kunnen dan ook niet als belanghebbende worden aangemerkt.
h. Zorgbehoefte
Ten aanzien van de vraag of iemand is aangewezen op beroepsmatige verzorging of verpleging in een inrichting, wordt zonodig een medisch advies ingewonnen. Soms is dit niet nodig, bijvoorbeeld omdat al over een indicatie wordt beschikt, maar belanghebbende nog niet geplaatst kan worden.
i. Woning
Het in deze verordening vastgelegde beleid ten aanzien van toeslagen en verlagingen heeft mede betrekking op bewoners van een woonwagen en een woonschip.
j. Woonkosten
Voor de woonkosten van een huurwoning wordt aangesloten bij de minimum-huurgrens die de Wet individuele huursubsidie hanteert. Voor de woonkosten van een eigen woning wordt rekening gehouden met de te betalen hypotheekrente en de zakelijke lasten die aan het hebben van een eigen woning verbonden zijn. Voor wat betreft de hypotheekrente gaat het hierbij om de rente voor (dat deel van) de hypotheek die is afgesloten voor de financiering van de woning. Rente verbonden aan (een deel van) de hypotheek, die betrekking heeft op bijvoorbeeld de financiering van duurzame gebruiksgoederen, wordt niet meegenomen.
k. Overige woonkosten
Dit begrip komt niet voor in de Wet werk en bijstand. Het van belang dat dit begrip wordt gedefinieerd in artikel 1, eerste lid van de verordening. Om deze reden is het begrip hier toegevoegd. De opsomming van kostensoorten in de definitie is niet limitatief. De genoemde kostensoorten vallen ten minste onder het begrip "overige woonkosten". Daarnaast kan nog rekening worden gehouden met kostensoorten als kosten van contributies en abonnementen en van duurzame gebruiksgoederen.
l. Netto minimumloon
Deze omschrijving komt overeen met de omschrijving in de wet, artikel 37, eerste lid van de Wet werk en bijstand en moet overeenkomstig worden uitgelegd.