Naar hoofdinhoud
De ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, wordt als gehuwd aangemerkt. Dit betekent dat zij bij de vaststelling van het recht op uitkering en de hoogte van de uitkering worden behandeld als waren zij gehuwd. Bloedverwanten in de eerste graad (ouder - kind) vallen niet onder het begrip gezamenlijke huishouding; bloedverwanten in de tweede graad (bijvoorbeeld grootouder - kleinkind en broer - zus) vallen wel onder de omschrijving. Indien er sprake is van samenwoning met een bloedverwant in de tweede graad en deze is verzorgingsbehoevend, is er evenmin sprake van een gelijkstelling met gehuwden.

Rechtspraak bij dit artikel