Nagegaan moet worden welk deel van de gehuwdenuitkering bestemd is voor een bepaalde kostenpost. Indien deze kostenposten kunnen worden gedeeld, wordt het voordeel berekend. Dit voordeel wordt in mindering gebracht op de basisnorm voor gehuwden.
Aan de in het tweede lid genoemde kostenposten worden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 4, de volgende percentages gekoppeld:
·Ad woonkosten.
In de gehuwdenuitkering is voor de woonkosten een bedrag opgenomen ter hoogte van 18% van het netto minimumloon. Gehuwden die de woonkosten kunnen delen, hebben een schaalvoordeel ter hoogte van 9% van het netto minimumloon. De verlaging bedraagt dan ook 9% van het netto minimumloon.
·Ad overige woonkosten.
De gehuwdenuitkering omvat voor deze kostenpost een bedrag ter hoogte van 12% van het netto minimumloon. Gehuwden die deze kosten kunnen delen, hebben een schaalvoordeel van 6% van het netto minimumloon. De verlaging bedraagt dan ook 6% van het netto minimumloon.
De hier genoemde verlagingen tellen op tot 15% van het netto minimumloon.
Zodra er een voorziening is die men met een ander kan delen, wordt de basisnorm verlaagd met het daarbij behorende percentage van het netto minimumloon. Hierbij wordt uitgegaan van het principe "hoe meer voorzieningen worden gedeeld, hoe meer kosten kunnen worden gedeeld, hoe hoger de verlaging".
Hoofdstuk
Artikel 4,
lid 3
Onderdeel van Toeslagen en verlagingsverordening Wet Werk en Bijstand gemeente Amstelveen 2005