**1..** De belanghebbende moet de kosten die verband houden met inrichtingskosten of huisraad uit zijn inkomen voldoen of daarvoor reserveren.
**2..** De reserveringstermijn start vanaf het moment dat voorzienbaar was dat de aanschaf of vervanging van het duurzaam gebruiksgoed moest plaatsvinden. De reserveringsruimte is 5% van het inkomen tot 120% van de bijstandsnorm en 25% van het meerdere inkomen. De berekende reserveringsruimte wordt bij de bepaling van de hoogte van de noodzakelijke kosten volledig in mindering gebracht.
**3..** Als de belanghebbende tijdens de reserveringstermijn een uitkering van de gemeente ontving en er daarnaast sprake was van verzwegen inkomsten, die al dan niet naderhand zijn teruggevorderd, worden deze inkomsten naast de over die periode ontvangen bijstandsuitkering aangemerkt als inkomen voor de bepaling van reserveringsruimte, tenzij de verzwegen inkomsten ten tijde van de aanvraag ouder dan 3 jaar zijn.
**4..** Bij een noodzakelijke verhuizing kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor inrichtingskosten/huisraad in (niet limitatief opgesomd) ieder geval in de volgende situaties:
toegelaten statushouders die voor het eerst beschikking krijgen over eigen woonruimte;
personen die langer dan 6 maanden de norm zak- en kleedgeld ontvingen vanwege verblijf in een inrichting;
jongeren die als gevolg van een ernstig verstoorde relatie met hun ouder(s) niet meer bij één van hun ouder(s) kunnen wonen;
bij echtscheiding of verlating, waarbij de maximale vergoeding niet hoger is dan 50% van de maximale vergoeding voor een alleenstaande (ouder);
personen die vanuit een justitiële inrichting naar een nieuwe woning of kamer gaan;
personen die begeleid of beschermd wonen en gaan verhuizen naar een nieuwe woning of kamer.
**5..** Voor kosten van de inrichting van een woning door belanghebbenden die voor het eerst een zelfstandige woonruimte betrekken wordt geen bijstand verstrekt. De eerste inrichting komt voor eigen rekening.
**6..** Bij de hoogte van de inrichtingskosten/huisraad wordt, gelet op het belang van duurzaamheid, uitgegaan van normbedragen die aansluiten bij bedragen voor inrichting/huisraad die tweedehand gekocht wordt bij kringloopwinkels.
**7..** Voor elektrische apparatuur, linnengoed, matrassen en goederen voor was/strijk/schoonmaak worden, in afwijking van lid 6, Nibud-normen gebruikt.
**8..** Bijzondere bijstand voor inrichtingskosten/huisraad wordt verstrekt als renteloze geldlening.
**9..** Bij een jongere met een inkomen lager dan 95% van het bedrag genoemd in artikel 21 onderdeel a van de wet, wordt de aflossingsverplichting op nihil vastgesteld.
**10..** Na een periode van 36 maanden aaneengesloten aflossing volgens de opgelegde aflossingsverplichting, waarbij ook de onder lid 9 genoemde periode meetelt, wordt ambtshalve het restant van de dan aanwezige renteloze geldlening voor de inrichtingskosten/huisraad kwijtgescholden, tenzij in het toekenningsbesluit anders is bepaald.
**11..** Als in een periode van 36 maanden na de verzenddatum van de beschikking waarin de leenbijstand voor inrichtingskosten wordt toegekend gezinshereniging met partner of minderjarige ten laste komende kinderen plaatsvindt geldt het volgende:
op aanvraag of ambtshalve kan aan de partner die in het kader van gezinshereniging bij de echtgeno(o)t(e), alsmede voor de minderjarige ten laste komende kinderen die meekomen, aanvullende leenbijstand worden verstrekt;
de aanvullende leenbijstand als bedoeld in sub a wordt voor de toepassing van lid 10 geacht deel uit te maken van de oorspronkelijke leenbijstand.
**12..** Bijstand wordt, onverminderd het gestelde in artikel 8, alleen verleend als de liquide middelen minder dan 25% van het bescheiden vermogen bedragen.
**13..** In bijlage A zijn de afzonderlijke bedragen genoemd in lid 6 en 7 naar prijspeil van 2025 opgenomen.
Artikel 32
– Inrichtingskosten/huisraad
Onderdeel van Beleidsregel inkomensondersteuning Participatiewet 2025 gemeente Boekel