**1..** De betaling van de vergoeding van de reiskosten, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a en b, vindt in beginsel achteraf plaats na afronding van het re-integratie- of participatietraject. Dit gebeurt nadat de rechthebbende een ingevuld declaratieformulier heeft ingediend, inclusief bewijsstukken waaruit blijkt dat de persoon de kosten werkelijk heeft gemaakt.
**2..** Een vergoeding voor de gemaakte reiskosten moet worden aangevraagd in het jaar waarop de kosten betrekking hebben, tot uiterlijk 1 april in het jaar daaropvolgend.
**3..** In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeesters en wethouders de vergoeding van de reiskosten als voorschot verstrekken, indien na overleg met de persoon is vastgesteld dat de persoon de kosten niet kan voorschieten. In dat geval moet de persoon voorafgaand aan de reis de prijs aannemelijk maken en achteraf een betalingsbewijs overleggen.
**4..** De vergoeding voor de aanschaf van een (elektrische) fiets, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, wordt in beginsel direct uitbetaald aan de organisatie die de voorziening uitvoert dan wel levert. De organisatie moet hiervoor achteraf een factuur overleggen.
**5..** Bij spoedeisendheid of wanneer dit voor de praktische uitvoerbaarheid wenselijk is, kan in afwijking van het vierde lid besloten worden om de vergoeding te verstrekken aan de persoon zelf. In dat geval moet de persoon voorafgaand aan de koop de aanschafprijs aantonen en achteraf een betalingsbewijs overleggen.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Wijze van vergoeden reiskostentegemoetkoming
Onderdeel van Nadere regel re-integratievoorzieningen Participatiewet gemeente Utrecht