Aan een vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten in
inrichtingen zoals bedoeld in artikel 30c, lid 1, onder sub a. en sub b. van
de wet, worden de volgende bepalingen verbonden:
in hoogdrempelige inrichtingen mogen maximaal twee speelautomaten
worden opgesteld;
in laagdrempelige inrichtingen mogen maximaal twee
behendigheidsautomaten worden opgesteld.