1.. In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);
  • - SUWI: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
  • - CWI: Centrum voor Werk en Inkomen;
  • - het college: het college van burgemeester en wethouders;
  • - Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
  • - Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
  • - voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7, eerste lid onder a van de WWB en beschreven in deze verordening;
  • - doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, eerste lid onder a van de wet door de gemeente ondersteuning kan worden geboden;
  • - belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden;
  • - uitkeringsgerechtigde: een persoon, jonger dan 65 jaar, die een uitkering heeft in het kader van de wet, de Ioaw of de Ioaz;
  • - niet-uitkeringsgerechtigde (nugger): de persoon bedoeld in artikel 6 onder a van de WWB;
  • - algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van betaalde arbeid, dat algemeen maatschappelijk aanvaard is en geen gewetensbezwaren oproept;
  • - arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6 onder b van de WWB;
  • - ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de WWB;
  • - combinatietraject: een door de gemeente en het UWV gezamenlijk gefinancierd re-integratietraject;
  • - arbeidsgehandicapte: de persoon van wie op grond van een medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld, dat hij in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid;
  • - WML: Wettelijk Minimum Loon, dat van toepassing is op werknemer, exclusief de werkgeverslasten;

2.. Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet.