Het college stelt de verlaging van de bijstand bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vast op:

  • - vijf procent van de bijstand bij gedragingen van de eerste categorie;
  • - tien procent van de bijstand bij gedragingen van de tweede categorie;
  • - twintig procent van de bijstand bij gedragingen van de derde categorie;
  • - honderd procent van de bijstand bij gedragingen van de vierde categorie.