Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Periode van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

De verlaging van de bijstand bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt plaats: voor de duur van een maand, wanneer sprake is van een eerste verwijtbare gedraging; voor de duur van twee maanden, wanneer sprake is van een tweede verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging. het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na de eerste verwijtbare gedraging de bijstand verlagen voor maximaal drie maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel