Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van het leefgeld voor ontheemden die verblijven in de GOO is vastgelegd in artikel 10 van de RooO. 2.. De hoogte van het leefgeld voor ontheemden die verblijven in de POO is vastgelegd in artikel 12 van de RooO. 3.. Ontheemden hebben recht op leefgeld als de ontheemde: in de gemeente is ingeschreven in de Basisregistratie Personen; en verblijft in een GOO of POO; en geen inkomsten heeft uit arbeid, een uitkering of toeslag ontvangt die hoger is dan 115% van de toepasselijke leefgeldnorm. 4.. Het leefgeld wordt toegekend vanaf de datum van de aanvraag, maar niet eerder dan de datum van het feitelijk verblijf in de opvang. 5.. Het recht op de financiële toelage vervalt op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin: de ontheemde werk in loondienst heeft aanvaard en meer verdient dan 115% van de toepasselijke leefgeldnorm; de ontheemde een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt die hoger is dan 115% van de toepasselijke leefgeldnorm; de ontheemde de opvanglocatie heeft verlaten; de ontheemde als ongewenst persoon is verklaard; de ontheemde door de rechter zijn vrijheid is ontzegd; de ontheemde overleden is. 6.. Het college vordert te veel of ten onrechte verstrekt leefgeld terug als dit het gevolg is van het niet of niet tijdig doorgeven van wijzigingen door de ontheemde. 7.. Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 Awb betalingstermijn van zes weken. 8.. De ontheemde wordt verzocht de vordering ineens in zijn geheel te voldoen. Als dat niet mogelijk is kan de ontheemde binnen zes weken na de verzenddatum van de beschikking een betalingsregeling treffen. 9.. Als de ontheemde uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling verrekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel