Naar hoofdinhoud
1.. De verplichting tot het betalen van een eigen bijdrage geldt voor de volgende ontheemden: Meerderjarige ontheemden, alsmede diens meerderjarige gezinslid, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid verblijft in een gemeentelijke opvanglocatie en inkomsten heeft uit arbeid hoger dan de leefgeldnorm plus eigen bijdrage x 115%, waaronder begrepen inkomsten uit loondienst, in binnen- en/of buitenland; een loondervingsuitkering (op grond van de Werkloosheidswet, Ziektewet, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomstenvoorziening op grond van hoofdstuk 3, afd. 2 par 1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor militairen en Wet inkomensvoorziening oudere werklozen) of toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangen die hoger is dan de leefgeldnorm plus eigen bijdrage x 115% ontvangt. Ontheemden die een partnerschap hebben met een ontheemde die bijdrageplichtig is. De betrokken personen: zijn als stel geregistreerd in het bewonersregistratiesysteem; en bewonen samen een kamer; en gedragen zich naar feitelijke omstandigheden als een gezin. Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, worden zij gezamenlijk als een gezinseenheid aangemerkt voor de vaststelling van de eigen bijdrage. 2. . In afwijking van het eerste lid, onder a en b, wordt geen eigen bijdrage geïnd indien het netto inkomen van de meerderjarige ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tezamen onder aftrek van de eigen bijdrage minder bedraagt dan 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm. Als het inkomen van de ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tezamen door het heffen van de eigen bijdrage onder de 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm uitkomt vervalt de verplichting tot betaling van de eigen bijdrage (voor die maand). 3. . De eigen bijdrage wordt door middel van een beschikking aan de ontheemde, en indien van toepassing diens meerderjarige gezinslid, opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel