Kavelruil bij actief grondbeleid betekent dat de gemeente actief meedoet om stukken grond (kavels) te ruilen tussen verschillende eigenaren, bijvoorbeeld boeren, bedrijven of andere grondeigenaren. Het doel is om de grond slimmer in te delen, zodat iedereen er beter gebruik van kan maken, en de gemeente haar plannen (zoals woningbouw of natuurontwikkeling) makkelijker kan uitvoeren.
Met de invoering van de Omgevingswet is kavelruil ook juridisch versterkt door artikel 12.44, waarin de zogenoemde kavelruilovereenkomst is opgenomen. Deze bepaling maakt het mogelijk dat de gemeente met andere partijen vrijwillig afspraken maken over het ruilen van grond, met als doel een betere inrichting van het gebied.
Kavelruil in het landelijk gebied
Voor agrarische ondernemers is kavelruil een snel en eenvoudig alternatief voor verplichte herverkaveling. Metde kavelruil kunnen zij hun agrarische bedrijfsomstandigheden verbeteren door bijvoorbeeld kavels samen te voegen en die zo beter bereikbaar te maken. Kavelruil is ook een instrument om beleidsdoelen voor natuur, landschap, waterbeheer en recreatie te realiseren. De gemeente kan samen met agrarische ondernemers plannen ontwikkelen en uitvoeren. Vrijwillige kavelruil kan daarbij helpen;
Stedelijke kavelruil
Kavelruil is een nuttig instrument wanneer eigenaren hun plannen voor stedelijke gebiedsontwikkeling niet kunnen uitvoeren door een te sterke versnippering van eigendomsposities. Stedelijke kavelruil is bijvoorbeeld inzetbaar als perceelgrenzen moeten worden gewijzigd bij nieuwbouw op uitleglocaties. En als clusters van woningen, bedrijven, kantoren of winkels moeten worden gevormd bij het herstructureren en transformeren van bestaande bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden.
Deelname aan de ruil en de kavelruilovereenkomst is vrijwillig. Dit geldt niet alleen voor de eigenaren, maar ook voor degenen die zakelijke rechten hebben op grond en gebouwen. Dit is anders dan bijvoorbeeld onteigening of herverkaveling, waarbij sprake is van gedwongen eigendomsoverdracht.
Nieuwe mogelijkheden en voordelen:
De gemeente kan als initiatiefnemer, deelnemer of coördinator optreden in een kavelruilproces;
Artikel 12.44 maakt het mogelijk om afspraken uit de kavelruilovereenkomst ook publiekrechtelijk te borgen, bijvoorbeeld via het omgevingsplan of vergunningverlening;
Er kunnen ook andere doelen dan landbouw centraal staan, zoals stedelijke ontwikkeling, klimaatadaptatie, infrastructuur of natuurcompensatie;
Kavelruil kan nu ook in stedelijk gebied worden ingezet, bijvoorbeeld bij versnipperd eigendom op bedrijventerreinen of bij herontwikkeling van wijken;
De kavelruilovereenkomst krijgt hierdoor een duidelijke juridische status, wat het vertrouwen en de samenwerking tussen partijen versterkt. Het instrument biedt dus nieuwe kansen om gebiedsontwikkelingen effectiever en met minder grondverwerving tot stand te brengen.
Beleidsuitgangspunt 4
Uitgangspunt bij verwerving is dat de gemeente bij de start van het verwervingstraject de afweging maakt al dan niet het ‘tweesporenbeleid’ te volgen. Er wordt een keuze gemaakt of naast minnelijke verwerving gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk voorkeursrecht, eventueel onteigening en kavelruil. De benodigde procedures kunnen dan parallel worden gevoerd met de minnelijke verwerving. Hiermee kan grondverwerving zoveel mogelijk zeker worden gesteld.