Eén van de belangrijkste onderdelen hierin is het verplichtende karakter van het kostenverhaal. Een gemeente moet de gebiedseigen kosten, en kan bovenwijkse en bovenplanse voorzieningen, verhalen en mag er niet meer van afzien. Bij faciliterend grondbeleid sluit de gemeente via het privaat- of publiekrechtelijk spoor een overeenkomst met grondeigenaren (private partijen) om zo de gemaakte kosten (gemeente) te ‘verhalen’. De gemeente voldoet zo aan de verplichting van het kostenverhaal
Deze wet onderscheidt een tweetal instrumenten om kostenverhaal zeker te stellen:
Het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de overheid en de private partij waarin het kostenverhaal is verzekerd. De Omgevingswet onderscheidt twee soorten overeenkomsten:
De anterieure overeenkomst: is een overeenkomst tussen de gemeente en een ontwikkelaar dat voorafgaand aan een gebiedsontwikkeling wordt afgesloten. Hierin worden afspraken gemaakt over de verdeling van kosten en verantwoordelijkheden, zoals het aanleggen van infrastructuur of het betalen van bijdragen voor openbare voorzieningen (bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen). Het doel is om te zorgen dat de ontwikkelaar financieel bijdraagt aan de ontwikkeling en de gemeente geen risico’s loopt. Het biedt zekerheid voor beide partijen over de uitvoering van het project en het kostenverhaal. Dit type overeenkomst voorkomt dat de gemeente achteraf opdraait voor kosten;
De posterieure overeenkomst: de overeenkomst tussen de gemeente en een ontwikkelaar die wordt afgesloten nadat de grondontwikkeling heeft plaatsgevonden, vaak om afspraken te maken over latere betalingen, verplichtingen of verdere uitwisseling van grond of rechten. Het wordt soms gebruikt om kosten of bijdragen na de feitelijke ontwikkeling te regelen, bijvoorbeeld voor het onderhoud van infrastructuur of het financieren van aanvullende voorzieningen die pas na de ontwikkeling relevant worden.
Het publiekrechtelijk kostenverhaal: dit vindt plaats wanneer de overheid kosten in rekening brengt bij de eigenaren van onroerend goed die profiteren van de maatregel of voorziening. Het doel is om de kosten voor bijvoorbeeld infrastructurele werken, die ten goede komen aan het onroerend goed, te verhalen op degenen die hiervan profiteren. Het is essentieel om te zorgen dat de ontwikkelaar zijn bijdrage levert aan de kosten die gepaard gaan met de aanleg van infrastructuur en openbare voorzieningen. De kostenverhaalsregels worden nu in het omgevingsplan opgenomen.
Wanneer het kostenverhaal op een andere manier verzekerd is, via een anterieure overeenkomst of dat de kosten al betaald zijn, hoeft de gemeente geen kostenverhaalregels vast te stellen. Het bevoegd gezag kan in drie gevallen afzien van het toepassen van de wettelijke regeling voor het verhalen van kosten via de afdeling kostenverhaal.
Artikel 8.14 van het Omgevingsbesluit regelt de situaties waarin een gemeente kan afzien van het verhalen van kosten bij gebiedsontwikkeling. Dit artikel biedt gemeenten de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, geen kostenverhaal toe te passen.:
het totaal van de verschuldigde geldsommen dat op grond van artikel 13.18 van de wet kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000;
er geen verhaalbare kosten als bedoeld in de onderdelen A5 tot en met A9 van Bijlage I van het Omgevingsbesluit zijn, zoals sloopkosten, bouwrijp maken, compensatie natuur en groen en aanleg openbaar gebied ;
de verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen.
Als één van deze drie situaties zich voordoet, mag het bevoegd gezag afzien van kostenverhaal. Het betreft een
facultatieve bevoegdheid.
Kostensoortlijst
De kostensoortenlijst geeft aan welke kosten gemeenten kunnen doorberekenen aan initiatiefnemers van bouwprojecten of gebiedsontwikkelingen. Dit is belangrijk bij het verhalen van kosten voor publieke voorzieningen, zoals wegen, groenvoorzieningen of riolering.
De kostensoortenlijst die voorheen was opgenomen in artikel 6.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is onder de Omgevingswet verplaatst naar artikel 8.15 en Bijlage I van het Omgevingsbesluit. Deze lijst bevat een limitatieve opsomming van kosten die gemeenten publiekrechtelijk mogen verhalen bij gebiedsontwikkeling. De kostensoortenlijst is uitgebreid ten opzichte van de vorige regeling. Zo zijn nu ook kosten voor de aanleg van warmtenetten en faciliteiten voor ondergrondse afvalopslag opgenomen.
Gemeenten gebruiken de kostensoortenlijst bij het opstellen van omgevingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen. Dit zorgt voor duidelijkheid en rechtszekerheid voor zowel gemeenten als initiatiefnemers. Voor een volledig overzicht van de kostensoorten kun je Bijlage I van het Omgevingsbesluit raadplegen.
Kostenverhaalsgebied
Een kostenverhaalsgebied is het geografisch afgebakende gebied waarin de gemeente publiekrechtelijk kosten kan verhalen op initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat hierbij om kosten die de gemeente maakt voor de aanleg van publieke voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de betreffende gebiedsontwikkeling. Voorzieningen kunnen onder andere bestaan uit infrastructuur (wegen, paden, verlichting), groenvoorzieningen en watergangen, riolering en overige nutsvoorzieningen en plankosten en onderzoekskosten. De aanwijzing van een kostenverhaalsgebied is een essentieel onderdeel van het publiekrechtelijk kostenverhaal onder de Omgevingswet en wordt vastgelegd in het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Binnen dit gebied gelden de kostenverhaalsregels zoals opgenomen in het desbetreffende besluit. Indien er geen anterieure overeenkomst tot stand komt met de initiatiefnemer, fungeert het kostenverhaalsgebied als basis voor de kostenverhaalsbeschikking. De gemeenteraad kan de begrenzing in een omgevingsplan alleen aanpassen via een wijziging van het omgevingsplan.