Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.1

Methodiek voor de inschatting van de risico’s

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie bouwtaken 2025-2026 Gemeente Noordwijk

De gemeente Noordwijk hanteert een methode om de risico’s te kwantificeren met het doel de inzet van capaciteit en middelen beter te kunnen prioriteren. Deze methode kenmerkt zich door de volgende elementen: Omdat de U&H-activiteiten zich richten op verschillende objectcategorieën is het naleefgedrag van de Bbl-regels ingeschat per soort bouwwerk. Hiervoor wordt de bouwwerkindeling uit het Landelijk Toetsprotocol (LTP) gebruikt. Deze lijst is uitgebreid met enkele aanvullende categorieën voor de bestaande voorraad bouwwerken en specifieke kenmerken van de subjecten/gebruikers van de bouwwerken. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Bbl op 1 januari 2024, is de systematiek ten opzichte van de eerdere versie onder het Bouwbesluit 2012 iets aangepast. Er is nu een specifieke risicomatrix en er zijn specifieke checklists voor nieuwbouw en verbouw/gebruikswijziging. In deze nieuwe versie is ook rekening gehouden met de komst van de Wkb. Per objectcategorie is een score bepaald die een schatting van de verschillende onderscheiden risico’s (veil, gez, nat, cul, ovl en kwa) weergeeft als functie van kans op overtreding van een Bbl-voorschrift maal de omvang van het negatieve effect als de overtreding plaatsvindt. In principe is ieder risico weergegeven met een score op een schaal van 1 (zeer laag) tot 5 (zeer hoog). Omdat het voorkomen van veiligheidsrisico - vanwege de aanzienlijke omvang van de negatieve effecten bij optreden - bij voorbaat een hoge prioriteit dient te krijgen, is aan dit risico een gewicht gehangen van tweemaal zwaarder dan bij de overige risico’s. In de praktijk betekent dit dat de veiligheidsrisico’s zijn gescoord op een schaal van 1 tot 10. De risicoscores per objectcategorie zijn vervolgens opgeteld en uitgedrukt in een risicogetal. Dit risicogetal ligt tussen de 6 en 40. Objectcategorieën met de hoogste risicoscores krijgen daarmee de hoogste prioriteit in termen van de inzet van capaciteit en middelen. De risicomatrix die hieruit voortkomt vormt de basis van de probleemanalyse. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het structureel monitoren zodat de probleemanalyse maximaal kan worden gebaseerd op het feitelijke naleefgedrag van de onder het Bbl resulterende wet- en regelgeving en de inzet van capaciteit en middelen nog beter kan worden gebaseerd op dit gedrag en de risico's die daaruit voortvloeien. De scores op de verschillende risico’s per objectcategorie zijn opgenomen in bijlage A bij dit beleidsplan. De gemeente onderscheidt de volgende prioriteitsniveaus met bijbehorende globale toets-, toezicht- en handhavingsniveaus: Prioriteitsniveau Risico Toetsniveau vergunningverlening Toezichtniveau controles Handhavingsniveau bij overtredingen hoog monumenten, erfgoed (dus inclusief archeologische waarden (ook zonder monumentstatus)), beschermd dorpsgezicht en cultuurlandschap, constructieve veiligheid en brandveiligheid. hoogste toetsniveau hoogste controlefrequentie direct handhaven basis speerpunten van beleid/projectmatig representatief toetsen gemiddelde controlefrequentie handhaven met redelijke hersteltermijn laag overig extensief toetsen alleen eindcontrole afzien van actief optreden of projectmatig optreden zodra capaciteit beschikbaar is Bij het binnenkomen van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken wordt de methodiek van het stoplichtmodel (bijlage E) toegepast om te bepalen welk prioriteitsniveau er wordt toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel