Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.2

Wanneer een handhavingszaak oppakken

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie bouwtaken 2025-2026 Gemeente Noordwijk

De vraag of en hoe handhavend moet worden opgetreden speelt pas als de overtreder zich in het toezichttraject niet bereid heeft getoond de illegale situatie binnen een reële termijn vrijwillig ongedaan te maken. De overtreder krijgt in principe altijd de kans de overtreding vrijwillig ongedaan te maken, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de overtreder dit niet wil of niet kan of de aard van de overtreding zo ernstig is dat direct ingrijpen noodzakelijk is om bijvoorbeeld de veiligheid van mensen te kunnen waarborgen. Bij monumenten is het meestal onmogelijk om verloren gaan van cultuurhistorische waarden ongedaan te maken. Het toezicht is daarom hoog bij deze activiteiten en er wordt direct handhavend opgetreden. Om te bepalen welke handhavingszaken wel en niet worden opgepakt, maakt de gemeente gebruik van de in paragraaf 2.5 beschreven en in Bijlage A opgenomen risicoprioriteringsmatrix in combinatie met de prioriteringstabel die is opgenomen. Aan de hand van deze prioriteringswijze worden op de verschillende nalevingsthema’s en risico’s punten toegekend aan de soorten overtredingen. Het totale aantal punten dat daarbij wordt toegekend, bepaalt onder welke prioriteit een overtreding kan worden geclassificeerd. Omdat prioritering afhankelijk is van actualiteiten, vindt de puntentoekenning, met inachtneming van het in dit beleidsplan vastgestelde gewenst naleefgedrag, plaats door het college. De gehanteerde risicoscoringsmethode kent een prioriteitstelling met vier gradaties, die bepalen hoe met de overtreding wordt omgegaan, te weten: Prioriteit 4, met spoed oppakken: Deze prioriteit geldt voor situaties waarin een illegale situatie wordt geconstateerd die direct bedreigend is voor de veiligheid en gezondheid van de inwoners, of waarbij ongedaan maken onmogelijk is of het risico groot is op voortzetting of herhaling (groter wordende bedreiging dan wel in het geval van cultuurhistorische waarden het verloren gaan van nog meer waardevol materiaal). Hierbij wordt direct bestuursdwang toegepast zonder vooraanschrijving. De overtreder krijgt ook geen of alleen een zeer korte hersteltermijn aangeboden. Deze prioritering komt overeen met de hoogste prioriteit uit de gemeenschappelijke handhavingsstrategie. Prioriteit 3, oppakken: Overtredingen die met deze prioriteit worden geclassificeerd, waarna een handhavingsaanpak volgt waarin de overtreder na een vooraanschrijving in principe een last onder dwangsom wordt opgelegd. Het gaat hierbij om overtredingen waarbij het belang van het ongedaan maken voor de samenleving groot is, maar er geen direct gevaar dreigt voor de omgeving. Deze prioriteit zal gelden voor het overgrote deel van de overtredingen die de gemeente constateert. Prioriteit 2, oppakken indien mogelijk, anders wraken: Incidenten, die in deze categorie worden gescoord, worden in principe opgepakt. Als direct oppakken door capaciteitsgebrek niet mogelijk is dan wordt standaard gewraakt. Prioriteit 1, waarschuwing: Hierbij wordt de overtreder medegedeeld dat hij een overtreding heeft begaan, maar dat de gemeente momenteel geen prioriteit geeft aan handhavend optreden, maar dat later wel zal doen als de overtreding dan nog steeds niet ongedaan is gemaakt. Tegen zaken met prioriteit 4 en 3 wordt altijd opgetreden. Tegen zaken met prioriteit 2 en 1 wordt opgetreden wanneer daar prioriteit aan wordt gegeven. Zij worden gewaarschuwd indien ze niet direct kunnen worden opgepakt. Waarschuwen houdt in dat het college momenteel geen prioriteit geeft aan het handhavend optreden, maar zich het recht voorhoudt om dit in de toekomst alsnog te doen.

Rechtspraak bij dit artikel