**1..** Het algemeen bestuur stelt een bijdrageverordening vast, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de colleges financieel bijdragen aan de middelen voor instandhouding van de Omgevingsdienst en op welke wijze wordt omgegaan met reservevorming en uitkering van reserves. De kosten over het lopende kalenderjaar worden bij de deelnemers in rekening gebracht op basis van de door het algemeen bestuur voor het betreffende jaar, bij de begroting vastgestelde uitgangspunten.
**2..** Voor vaststelling en wijziging van de bijdrageverordening is een drie vierde meerderheid vereist.
**3..** Indien enig exploitatiejaar een batig saldo oplevert wordt dit saldo toegevoegd aan de algemene reserve van de Omgevingsdienst. Het weerstandsvermogen mag maximaal 7% van de opbrengsten bedragen. Voor zover het batig saldo van enig jaar leidt tot een weerstandsvermogen van meer dan 7% van de opbrengsten, wordt het saldo boven de 7% gerestitueerd aan de gemeenten en de provincie op de wijze als geregeld in de bijdrageverordening.
**4..** Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het dagelijks bestuur een plan op dat gericht is op het afbouwen en dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het dagelijks bestuur bepaalt tevens tot welk bedrag de colleges bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld door het algemeen bestuur dan nadat de raden en provinciale staten gedurende een minimale termijn van 8 weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze ten aanzien van het plan naar voren te brengen.
**5..** Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig het gestelde in het vierde lid een besluit heeft genomen omtrent de bijdragen door de colleges in het nadelige exploitatiesaldo, wordt het nadelige exploitatiesaldo door de colleges gedragen op de wijze als geregeld in de bijdrageverordening.
**6..** De colleges zullen er steeds zorg voor dragen dat de Omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen en staan daarmee garant voor de volledige nakoming van de financiële verplichtingen van de Omgevingsdienst. Hiervoor geldt de kostenverdeelsleutel, opgenomen in de bijdrageverordening bedoeld in het eerste lid.
**7..** Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente respectievelijk de provincie weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet respectievelijk onverwijld aan de minister het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 van de Provinciewet.
Hoofdstuk 4:
Artikel 28.
Algemene financiële uitgangspunten
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht