Elektrische voertuigen (EV’s) zijn in Nederland aan een opmars bezig. De stijging van het aantal EV’s is niet incidenteel, maar kent een structurele groei. Daarmee neemt elektrisch rijden een steeds grotere rol in binnen Nederland en rijden steeds meer inwoners in Altena elektrisch. Inwoners, bezoekers en forensen die geen mogelijkheid hebben om op eigen terrein te laden zijn afhankelijk van publieke laadvoorzieningen of van een eventuele verlengd private aansluiting om elektrisch te kunnen laden. Hierbij speelt de gemeente als verantwoordelijke van de publieke ruimte een belangrijke rol. Altena wil voor deze groep gebruikers een goed publiek toegankelijk laadnetwerk voor EV’s faciliteren. In dit beleidsstuk leggen we de kaders vast waarbinnen publiek toegankelijke laadinfrastructuur binnen de gemeente gerealiseerd wordt.
Een grote drijfveer om elektrisch te gaan rijden is dat met elektrificatie van voertuigen een bijdrage wordt geleverd aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Tijdens het rijden stoten EV’s geen emissies uit. Dit gecombineerd met een toenemende groei van duurzaam opgewekte elektriciteit zorgt ervoor dat EV’s een belangrijke rol spelen bij het reduceren van emissies (zoals CO2 en N2).
Naast de doelstelling van de overheid zien we dat consumenten steeds vaker kiezen om elektrisch te gaan rijden. Daar liggen verschillende trends aan ten grondslag:
De batterijcapaciteit neemt toe, waardoor een grotere actieradius mogelijk is;
Het wordt mogelijk om sneller op te laden;
Aanschafprijzen van EV’s dalen;
Bijdrage aan het milieu;
De gebruiks- en onderhoudskosten van EV’s zijn lager.
De verwachting is dat in 2030 zo’n 1,7 miljoen laadpunten in Nederland nodig zijn waarvan een deel (gemiddeld ongeveer één derde) in de publieke ruimte geplaatst moet worden . Nationaal zijn daarom afspraken gemaakt in de NAL. Om te zorgen dat er voldoende laadinfrastructuur is om de klimaatafspraken te realiseren heeft de NAL het doel “om ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur geen drempel vormt bij de uitrol van elektrisch vervoer”. In de praktische realisatie laat de nationale overheid veel ruimte voor de invulling aan de regionale en lokale overheden. In de NAL is wel een aantal verplichtingen opgenomen voor gemeenten – al dan niet in regionaal verband. Enkele belangrijke punten staan hieronder opgesomd:
Het realiseren van voldoende laadinfrastructuur;
Het opstellen en vaststellen van plaatsingsbeleid door middel van nadere regels daarvoor inclusief planning voor de uitrol;
Het gebruik van strategische plankaarten daarbij;
Een tweejaarlijkse beleidsevaluatie.
Behalve de ontwikkelingen van elektrificatie van personenauto’s en de behoefte aan laadinfrastructuur die daaruit voortkomt, speelt een aantal andere relevante ontwikkelingen. Zo bestaat naast de ambitie voor de elektrificatie van personenvoertuigen ook de ambitie om andere vormen van vervoer te elektrificeren. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Het is dan ook mogelijk dat andere of aanvullende laadinfrastructuur ontwikkeld moet worden. Deze ontwikkelingen kennen vaak een regionaal karakter. De provincie speelt hier een actieve rol in. Altena volgt de ontwikkelingen bij andere voertuigsegmenten en komt daar waar nodig met aanvullend beleid. Het onderhavige plaatsingsbeleid, uitgewerkt in dit beleidsstuk, richt zich op reguliere publieke laadpalen.
Ontwikkelingen van laadinfrastructuur
Laden van een elektrisch voertuig is anders dan tanken bij een tankstation. Er bestaan verschillende laadtechnologieën die voor verschillende toepassingen geschikt zijn. De technologie loopt uiteen van zeer snelle laadstations die sommige voertuigen in ongeveer 3 minuten 100 km bij kunnen laden, tot thuisladers die voor 100 km ongeveer 10 uur nodig hebben. Bij gemeenten in Nederland wordt vaak gekozen voor publieke laders die 100 km in ongeveer 3-8 uur kunnen laden. Gemeenten kiezen voor deze snelheid van laden omdat:
De huidige kosten voor het snelladen hoger zijn waardoor de laadprijs hoger is. Door deze hogere kosten is elektrisch rijden minder aantrekkelijk in vergelijking tot conventionele voertuigen wanneer enkel snel geladen wordt;
Niet alle elektrische auto’s in staat zijn technisch om (extreem) snel te laden. Met reguliere laadinfrastructuur worden geen gebruikers uitgesloten wat het publieke karakter van deze punten ten goede komt;
Auto’s van inwoners, forenzen en bezoekers vaak langere tijd (en ook ‘s nachts) geparkeerd staan, waardoor snellere laadoplossingen niet nodig zijn;
Reguliere laadpalen zijn daarmee op dit moment de meest toegankelijke en kosteneffectieve manier om EV bij te laden. De prijs per kWh komt doorgaans in de buurt van de energiekosten thuis, waardoor bewoners zonder eigen terrein niet benadeeld worden;
Wat betreft de ontwikkelingen op het gebied van laadinfrastructuur zijn de volgende factoren meegenomen bij het opstellen van onderhavig plaatsingsbeleid;
Deze richten zich primair op laadinfrastructuur voor inwoners, forenzen en bezoekers van de gemeente Altena die elektrische personenvoertuigen willen laden en niet op eigen terrein kunnen laden;
Om deze gebruikers voor elk voertuig toegankelijke en betaalbare infrastructuur te bieden, wordt in deze regels uitsluitend gekeken naar reguliere laadpalen;
De nadere regels moeten flexibel kunnen meegroeien met de ontwikkeling van de laadinfrastructuur. Het is duidelijk dat de ontwikkelingen en type laadoplossingen in de markt elkaar snel opvolgen;
Het laadnetwerk dient toekomstbestendig te zijn. Daarmee wordt bedoeld dat de laadpalen technisch in staat moeten zijn om te voorzien in bijvoorbeeld slim laden.
Artikel 2