8.1 Data
Een CPO is verplicht om gebruikers informatie aan te leveren aan de gemeente Altena. De gemeente kan op basis van deze informatie haar beleid en het gebruik monitoren. Deze informatie dient altijd kosteloos beschikbaar te worden gesteld.
De CPO levert op verzoek van gemeente minimaal, maar niet gelimiteerd, de volgende ruwe data (CDR’s) aan van de binnen de gemeente geplaatste laadpunten:
verbruik kWh;
uren bezetting per laadpunt;
locatie van plaatsing;
gemiddelde tijd aangekoppeld;
gemiddelde tijd laden;
uptime en storingen.
De data wordt beschikbaar gesteld aan de gemeente in een digitaal dashboard en in een formaat dat door de gemeente verwerkt kan worden. De data moet minimaal per kwartaal worden geüpdatet. Binnen deze online omgeving moet minimaal inzichtelijk worden gemaakt:
Aantal geplaatste laadpunten per categorie en met vermelding van specifieke locatie (adres of gps);
Het geladen aantal kWh per laadpunt, per dag, week, maand, jaar, totaal;
Gemiddelde bezettingsgraad van de laadpaal per uur, dag, week, maand;
Gebruikte methode van afrekenen;
Aantal voertuigen per laadpunt per dag;
Aanvullend aan deze informatie moet de CPO die op aanvraag laadpunten plaatst de volgende gegevens aanleveren;
Aantal aangevraagde laadpunten;
Aantal afgewezen laadpunten en afwijzingsgrond a.d.h.v. plaatsingscriterium.
Bij de invoering van een landelijk protocol of tool (bijvoorbeeld Nationaal Acces Point) voor monitoring werken CPO’s mee met het aanleveren van de juiste complete statische en dynamische informatie, in het juiste format en volledig meewerken aan het ter beschikking stellen van deze data.
8.2 Handhaving
De gemeente ziet toe op het juiste gebruik van de aangewezen parkeerplaats(en) voor het laden van EV’s en treedt indien nodig handhavend op.
8.3 Evaluatie
De ontwikkeling van EV’s is hoog. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van laadoplossingen voor EV-rijders in de openbare ruimte. Het laadpalenbeleid is daardoor een momentopname ten aanzien van de behoefte voor opladen in de openbare ruimte en de oplossingen die daarvoor beschikbaar zijn.
Dit beleid wordt ten minste 4-jaarlijks geëvalueerd. Indien een tussentijdse evaluatie nodig is, kan dit.
Artikel 8