In lijn met de aannames van het PBL nemen wij als uitgangspunt dat een windturbineproject in de eerste ontwikkelfase als voldoende rendabel kan worden beschouwd als hiermee een jaarlijks rendement van 11% op de eigen inleg kan worden behaald. Opgemerkt wordt dat er een onzekerheid geldt voor de aannames die zijn gedaan voor deze business-case-berekening. De resultaten zijn daarom geen garantie, maar een indicatie van de te verwachten geldstromen.
Bij een levensduur van de windturbines van 25 jaar leidt de kasstroom tot de resultaten in Tabel 2. Het rendement op eigen vermogen is 11,1% bij 3 turbines en 11,9% bij 4 turbines. Hiermee wordt het beoogde rendement van 11% net niet behaald. Toch is het rendement op eigen vermogen relatief hoog en kan een projectontwikkelaar besluiten genoegen te nemen met een lager rendement. De netto constante waarde is voor drie turbines -0,79 miljoen en voor vier turbines -0,13 miljoen. Dit kan worden opgevat als de extra kosten die nodig zijn om tot het gewenste rendement van 11% op eigen vermogen te komen.
Tabel 2Resultaat van de financiële analyse bij de in dit deel beschreven uitgangspunten en een levensduur van 25 jaar.
Scenario
Totale investering
Project IRR
Equity IRR
Project NCW (mln)
3x Vestas V172-7.2MW
€ 36,4 mln
8,9%
11,1%
-0,79
4x Vestas V172-7.2MW
€ 46,8 mln
9,3%
11,9%
-0,13
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2.2
Rendabiliteit
Onderdeel van Energievisie A15-Betuweroute