Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4.

Het onderzoek

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning West Maas en Waal 2025

Het college voert op methodische wijze een onderzoek uit met behulp van enerzijds een deskundige namens de gemeente en anderzijds degene door/namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de naasten (en eventueel ook met een eigen deskundige). Het college onderzoekt vormvrij: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner, wat de beperkingen in zelfredzaamheid en participatie zijn en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de aard en omvang van de door het college te organiseren noodzakelijke maatschappelijke ondersteuning; de mogelijkheden om op eigen kracht, of met voorliggende voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te verbeteren; de mogelijkheid tot de inzet van gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren; de mogelijkheden om met mantelzorg (of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk) zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren; of er voor het college nog iets te compenseren overblijft; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie; de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zoals bedoeld in de Wet maatschappelijk ondersteuning, de Participatiewet en Jeugdwet; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd met eventuele andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, werk en/of inkomen; welke bijdragen in de kosten de inwoner verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de inwoner in begrijpelijke (schriftelijke) bewoordingen wordt ingelicht over wat het pgb inhoudt, met daarbij de voor- en nadelen van het pgb, zodat de inwoner een weloverwogen keuze kan maken. Als de inwoner een persoonlijk plan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Het college informeert de inwoner over de gang van zaken tijdens het onderzoek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt zo nodig de inwoner toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken. Als de situatie van de inwoner bij het college voldoende bekend is, kan het onderzoek in overleg met de inwoner worden beperkt tot de onderdelen die volgens het college en de inwoner of zijn vertegenwoordiger van belang zijn in relatie tot de melding.

Rechtspraak bij dit artikel