1.Het college stelt nadere regels over de wijze waarop klanten worden geïnformeerd over hun
rechten en plichten die aan het ontvangen van bijstand zijn verbonden en over de
consequenties bij misbruik en oneigenlijk gebruik. In dit kader valt te denken aan het
ontwikkelen van een voorlichtingsmap en bijvoorbeeld een “fraudekompas” dat
medewerkers ondersteunt bij het vroegtijdig detecteren van fraude..
2.Het college stelt een verificatieprotocol vast, waarin algemene lijnen worden uitgezet
omtrent de wijze waarop gegevens worden geverifieerd, wanneer dit dient te geschieden
alsmede hoe de controle plaatsvindt.
3.Door het vervallen van de Regeling Administratieve Uitvoeringsvoorschriften (RAU) is de
gemeente niet langer verplicht om elke 18 maanden voor iedere klant een
rechtmatigheidsonderzoek in te stellen en maandelijks rechtmatigheidsonderzoeks-
formulieren van de klant op te vragen. Hierdoor kan er meer maatwerk worden gerealiseerd
door de intensiteit van de controles af te stemmen op het risico van misbruik of oneigenlijk
gebruik. Het beleid in deze zal vervat worden in een handhavingsplan.
4.Van de mogelijkheden tot informatie-uitwisseling met derden zal actief gebruik worden
gemaakt. Te denken valt hierbij aan de periodieke gegevensuitwisseling met het
Inlichtingenbureau en de inzage in SUWI-net.
5.De kwaliteit van de uitvoering van de handhavingsfunctie maakt onderdeel uit van interne
controleplan. In dit plan wordt bepaald hoe de interne controles worden uitgevoerd, met
welke frequentie en welke metingen worden verricht.
6.Aangaande de wijze waarop fraudeopsporing in de praktijk plaatsvindt wordt verwezen naar
de dienstverleningsovereenkomst welke de gemeente heeft afgesloten met Bureau
Fraudebestrijding van de gemeente Tilburg.