Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Terugvordering

Onderdeel van Handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2010

Bepaald is dat de gemeente gebruik maakt van de wettelijke mogelijkheid tot terugvordering. Desalniettemin dient er nadrukkelijk voldoende vrijheid te zijn om op grond van dringende redenen of omstandigheden van persoon en gezin, dan wel vanuit het afwegen van de kosten en baten van terugvordering af te zien van (verdere) terugvordering. Van deze vrijheid kan gebruik worden gemaakt mits de beginselen van behoorlijk bestuur daarmee niet worden geschonden. Terugvordering van reïntegratiekosten bij niet uitkeringsgerechtigden Een persoon die geen algemene bijstand ontvangt heeft op grond van de WWB recht op ondersteuning van de gemeente bij reïntegratie. Aan een dergelijk traject zijn kosten verbonden welke door de gemeente dienen te worden voldaan. Gemaakte kosten kunnen worden teruggevorderd indien dit reïntegratietraject door een verwijtbare gedraging van de belanghebbende voortijdig eindigt. De idee hierachter is dat indien de belanghebbende niet voldoende medewerking verleent aan de uitvoering van een reïntegratietraject de gemeente geen enkele sanctiemogelijkheid heeft, maar wel kosten heeft gemaakt. De mogelijkheid om de uitkering af te stemmen ontbreekt omdat de belanghebbende geen uitkering ontvangt. Rente en kosten De terug te betalen hoofdsom kan op grond van de WWB worden verhoogd met rente en kosten. Als debiteuren correct terugbetalen is er geen aanleiding om deze bepaling toe te passen. De administratieve lasten zouden dan zelfs hoger kunnen zijn dan de baten. Indien voor wat betreft de invordering van de ten onrechte verleende bijstand een derde partij wordt ingeschakeld, wordt de hoofdsom van de vordering verhoogd met alle kosten die dit inschakelen met zich meebrengt, alsmede de kosten welke door de derde partij in rekening worden gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel