Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Meedenken, meepraten, meedoen: hoeveel en hoe?

Onderdeel van Participatiebeleid Leiderdorp ‘Samen denken. Samen doen. Voor Leiderdorp.’

Inwonersparticipatie Bij een project of een plan van de gemeente vraagt de gemeente inwoners, ondernemers en andere betrokkenen om mee te denken, te praten of te doen. Hoe dit kan en hoeveel ruimte er is, verschilt per project en dit wordt ook per project aangegeven, ook aan de gemeenteraad. Soms bestaan al regels en afspraken, dan zijn die leidend. Voorbeeld - vragenlijst Online een vragenlijst invullen over de nieuwe uitgangspunten en aandachtspunten voor het organiseren van evenementen. Leiderdorpers hebben zo kunnen aangeven wat er goed gaat en wat er beter kan aan de evenementen in ons dorp. De gemeente heeft de opmerkingen en suggesties gebruikt voor het nieuwe beleidsdocument. Voordat participatie begint, maken we duidelijk waarover inwoners wel én niet mee kunnen denken. Om uit te leggen hoe inwoners kunnen meedenken, gebruiken we een ladder, de participatieladder, met zes treden. Op een hoge trede van de ladder kunnen inwoners of andere betrokkenen veel meedenken of meedoen en zelfs mee beslissen. Dan hebben ze een grote rol. Op een lage trede is hun rol kleiner en kan participatie bestaan uit het informeren via een brief. De zes treden op de participatieladder voor inwonersparticipatie zijn: Informeren: De gemeente geeft informatie over een project of iets anders. De inwoners en andere betrokkenen kunnen vragen om meer uitleg over het plan. Zij kunnen het niet project niet veranderen. Een voorbeeld van informeren is een uitleg van een project in een bewonersbrief. Raadplegen: De gemeente heeft een plan en praat daarover met inwoners en andere betrokkenen. Zij kunnen dan hun ideeën of hun mening over het plan geven. Dat kan bijvoorbeeld op een informatieavond. Of met een vragenlijst. Het kan ook zijn dat er een besluit wordt genomen waarop iedereen kan reageren (een terinzagelegging). Dan kunnen inwoners een e-mail of een brief over het plan aan de gemeente sturen. Dit is reageren of een zienswijze indienen. Na het raadplegen besluit de gemeente welke ideeën worden gebruikt en welke niet. Hierover geeft de gemeente uitleg. Adviseren: De gemeente vraagt advies over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld aan een adviesraad. Deze bekijkt de vraag van de gemeente en bedenkt een oplossing. De gemeente is niet verplicht om deze oplossing over te nemen. Maar dan moet de gemeente wel uitleggen waarom de gemeente een andere oplossing kiest. In Leiderdorp vraagt de gemeente bijvoorbeeld advies aan de adviesraad sociaal domein en het groenoverleg. Coproduceren: Bij coproduceren maken gemeente en bijvoorbeeld inwoners samen iets. Zij zoeken samen naar een oplossing of maken een plan. De gemeente neemt de definitieve beslissing over het plan. Een voorbeeld: inwoners en gemeente werken samen aan het ontwerp van een straat of wijk. Meebeslissen: Net als bij coproduceren maken inwoners en gemeente samen een plan. Het verschil met coproduceren is dat ze nu ook samen beslissen over wat met dit plan gebeurt. Van tevoren wordt afgesproken waarover inwoners precies wel of niet mee kunnen beslissen. Beslissen: Bij meebeslissen nemen gemeente en inwoners samen een besluit over een plan dat zij samen maken. Bij beslissen hebben de inwoners het laatste woord bij een keuze. De gemeente geeft dan van tevoren regels of stelt geld beschikbaar. Hier moeten de inwoners zich aan houden. Voorbeeld – treden van participatie Stel de gemeente richt een park opnieuw in. Dan kan de gemeente inwoners op verschillende manieren laten meedenken of meedoen: De gemeente organiseert een bijeenkomst en vertelt wat de plannen zijn. Dit is informeren. De gemeente maakt een vragenlijst en vraagt inwoners ideeën. Dit is raadplegen. De gemeente stelt een commissie in en vraagt de commissie van inwoners om een advies te geven. Dit is adviseren. De gemeente maakt samen met de inwoners het ontwerp voor het park. De gemeente neemt de beslissingen. Dit is coproduceren. Gemeente en inwoners maken samen met de inwoners een ontwerp voor het park. Zij maken samen beslissingen. Van tevoren bespreken ze wie wat beslist. Dit is meebeslissen. De gemeente laat de inwoners zelf het plan maken en uitvoeren. Dit is beslissen. Overheidsparticipatie Meedoen is ook zelf ideeën voor Leiderdorp bedenken. Een inwoner of een groep inwoners met een idee kan zich melden bij de gemeente. Op de website staat een formulier hoe dat moet. Een voorbeeld in Leiderdorp is dat inwoners samen met de gemeente een speeltuin hebben ontworpen. De inwoners zorgen voor deze speeltuin. Bij ieder idee besluit het gemeentebestuur eerst of het idee goed voor Leiderdorp is. Als dat zo is, onderzoekt de gemeente wat zij in dit idee voor de inwoners kan doen. De gemeente kan verschillende rollen kiezen, van luisteren tot adviseren tot en met alles regelen. Voorbeeld - speeltuin adopteren Op een paar locaties beheren groepen inwoners een speeltuin. Zij richten hiervoor een vereniging of een stichting op. De inwoners voeren kleine reparaties uit. De gemeente blijft eindverantwoordelijk. Inwoners en gemeente sluiten hier een contract over. De vijf treden op de participatieladder voor overheidsparticipatie zijn: Loslaten: De uitvoering van het idee is helemaal van de inwoners die het hebben bedacht. De gemeente bemoeit zich niet met de inhoud en niet met het proces. Steunen: Het idee komt van een inwoner. De gemeente vindt het goed om het idee mogelijk te maken. De gemeente wil inwoners steunen. Inwoners kunnen dan bijvoorbeeld vragen om gebruik te maken van een ruimte of een locatie van de gemeente voor hun idee. Als inwoners denken dat zij een taak van de gemeente beter of slimmer kunnen uitvoeren, kunnen zij de gemeente uitdagen. Dit is het uitdaagrecht. Dan maken inwoners hier een voorstel voor. Ook dit staat uitgelegd op de website van Leiderdorp. Stimuleren: De gemeente vindt zelf iets belangrijk voor Leiderdorp, maar kan of wil het project niet zelf starten. Ze wil inwoners of een groep aanmoedigen dit zelf te doen. Leiden: De gemeente is positief over het idee van inwoners en werkt in de uitvoering van het idee samen met de inwoners en andere partijen. De gemeente wil wel de leiding hebben in de uitvoering van dit idee. Regelen: De gemeente vindt het idee van inwoners goed. Voor de uitvoering van het idee zijn afspraken en regels nodig. De gemeente moet kunnen controleren of iedereen zich aan de afspraken en regels houdt. Daarom kunnen de inwoners het idee niet helemaal zelf uitvoeren en zal de gemeente dit regelen via afspraken en regels.

Rechtspraak bij dit artikel