1.. Kosten van woninginrichting worden aangemerkt als incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.

2.. De noodzakelijke kosten van woninginrichting komen alleen voor vergoeding vanuit de bijzondere bijstand in aanmerking wanneer de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

3.. De kosten bij een volledige inrichting van een woning worden bepaald op maximaal 50% van de (geïndexeerde) Nibud normen.

4.. De bijzondere bijstand in inrichtingskosten wordt in beginsel verstrekt in de vorm van een lening.

5.. Indien na 36 periodes van de aflossing de lening nog niet volledig is afgelost en men heeft zich aan de gemaakte afspraken gehouden, wordt het resterende deel van de lening kwijtgescholden.