1.. Incidentele bijzondere bijstand

  • - De draagkracht wordt berekend over een periode van 3 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat en wordt in één keer met de bijzondere bijstand verrekend.
  • - Ten aanzien van aanvragen met terugwerkende kracht geldt dat de draagkrachtperiode start bij de eerste van de maand waarin de kosten zijn opgekomen.

2.. Periodieke bijzondere bijstand

  • - De draagkracht wordt berekend over de periode vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat, tot de maand waarin de kosten zich niet meer voordoen, met een maximum van 12 maanden.
  • - De draagkracht wordt berekend naar rato van het aantal maanden van de periode waarop de bijzondere bijstand betrekking heeft.
  • - Ten aanzien van aanvragen met terugwerkende kracht geldt dat het draagkrachtjaar start bij de eerste van de maand waarop de kosten zijn opgekomen.

3.. Bij samenloop wordt de draagkracht het eerst in mindering gebracht op de incidentele kosten. De resterende draagkracht wordt in mindering gebracht op de periodieke kosten.

4.. Bij samenloop wordt de draagkracht uit vermogen het eerst verrekend en daarna de draagkracht uit inkomen.

5.. Heronderzoeksperiode:

  • - Voor personen met (aanvullende) bijstand voor de kosten van het levensonderhoud op grond van de Participatiewet wordt de draagkrachtperiode in beginsel vastgesteld voor bepaalde tijd met een maximum van 12 maanden;
  • - Voor personen die een uitkering ontvangen op grond van de IOAW, IOAZ, IOW, Bbz, Wajong, WIA, WAZ, WAO, Anw en/of AOW, die niet over draagkracht beschikken, de draagkrachtperiode in beginsel wordt vastgesteld voor de duur van 12 maanden.