In de Nationale Omgevingsvisie komt ook het onderwerp vrijkomende agrarisch bebouwing aan bod. Deze kan “omgevormd worden tot aantrekkelijke nieuwe woon- of werklocaties, waarbij de vrijkomende agrarische grond zo veel mogelijk kan worden ingezet voor een grotere grondgebondenheid van de omliggende agrarische bedrijven, of worden gebruikt voor agrarisch natuurbeheer.” Hierbij moet een gezond en goed functionerend bodem-watersysteem het uitgangspunt zijn. Dat hangt samen met het benutten van mogelijkheden voor verduurzaming en vergroening.
Om kwalitatief, duurzaam groen te stimuleren geeft deze lokale uitwerking handvatten voor de landschappelijke inpassing.
De Omgevingsvisie vraagt ook aandacht voor de infrastructuur en de investeringen die op enig moment nodig zijn. De belastbaarheid van de bestaande infrastructuur is ook meegenomen in deze lokale uitwerking.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing