Het regionale beleid maakt geen onderscheid tussen bedrijf en recreatie. Daarom is hier de tekst voor ‘werken’ herhaald:
Gemeentelijke uitwerking:
Ruimtelijke afweging:
We nodigen gemeenten uit om op basis van de gebiedskenmerken en de ontwikkelrichting van de landschappen een uitwerking te maken. Om hiermee sturing te geven waar bedrijven/werkfuncties wel en niet passen.
Ruimtelijk kunnen gebieden kwetsbaar zijn voor het toevoegen van werkfuncties. Bijvoorbeeld omdat sprake is van een kwetsbaar gebied, gebieden waar de functie te veel belemmeringen aan de omgeving oplegt aan bestaande functies of waarbij de locatie niet goed ontsloten is door infrastructuur. Het is denkbaar om deze gebieden inzichtelijk te maken. In deze gebieden kan de gemeente dan ook terughoudend omgaan met het honoreren van initiatieven.
Een ander uitgangspunt is dat er geen verslechtering van de milieukundige situatie mag zijn. Bijvoorbeeld door ‘rustige’ delen van het landelijk gebied, op het gebied van milieu en hinder, ook rustig te houden. In gemengde delen van het landelijk gebied, bijvoorbeeld bij drukke wegen of clusters van bebouwing met bedrijfsfuncties, lijkt meer mogelijk.
Vanuit het werken aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied is het daarnaast belangrijk om gebieden/zones aan te wijzen waar voor werkfuncties een maximale oppervlakte (m2) wordt toegestaan.
Recreatie 1: Kleinschalige recreatie tot 500m² aan binnen- en buitenruimte (exclusief parkeerplaatsen) is altijd mogelijk, mits er geen nadelige effecten op de omgeving zijn
In het belang van de initiatiefnemer is een passende recreatieve functie tot 500m² aan binnen- en buitenruimte (exclusief parkeerplaatsen) op het eigen erf altijd mogelijk als er geen nadelige effecten op de omgeving zijn.
Met een passende recreatieve functie bedoelen we een recreatief bedrijf dat een plek heeft in het buitengebied. Hieronder is een niet-limitatieve lijst van passende recreatieve functies opgenomen:
scoutingactiviteiten;
dagrecreatieve doeleinden zoals:
speelvelden;
ligweides;
picknickplaatsen; en
speelvoorzieningen 15 Artikel 14.1, aanhef en onder a., b. en c., Ibid. ; zoals boerengolf.
recreatief nachtverblijf voor niet meer dan 15 personen (zie voor 15 3.6.1, onder e, onder 3.) in de vorm van:
recreatiewoningen; en
kampeermiddelen, zoals tenten, campers en caravans; 16 Artikel 16.1, Recreatiewoningen tevens Artikel 17.1, Ibid. en
de volgende horecavoorzieningen, uitsluitend geopend tijdens de dag periode 17 Artikel 3.6.1, onder h., Ibid. , die ook als kleinschalige en ondergeschikte horecavoorzieningen bij de hierboven benoemde recreatieve bedrijven zijn toegestaan:
een theetuin;
automatiek;
broodjeszaak;
croissanterie;
koffiebar; en
lunchroom.
Deze bedrijven zijn ongeacht de locatie, op eigen erf, tot een grootte van 500 m2 kansrijk.
Bovenstaande zegt iets over de oppervlakte van de gebouwen. Omdat bij recreatie vaak ook buitenruimte een rol speelt houden we als vuistregel aan dat de totale oppervlakte van de functie niet groter mag zijn dan die van het voormalige agrarische bedrijf.
Buiten het eigen erf is het verschuiven van bouwmogelijkheden bespreekbaar.
(doelen 1, 3, 4, 5 en 6)
Recreatie 2: Intensieve recreatie niet in het buitengebied
Intensieve recreatieve bedrijven staan we niet toe in het buitengebied.
Intensieve recreatieve bedrijven zijn bedrijven die een heel hoog bezoekersaantal hebben, openingstijden hebben die niet bij het buitengebied passen of een grote hoeveelheid lawaai produceren.
Daaronder vallen, bijvoorbeeld:
nachtclub;
evenemententerrein;
voorziening voor schiet- of gemotoriseerde sporten;
bierhuis;
café;
dancing;
discotheek.
(doelen 3, 4, 5 en 6)
Recreatie 3: Recreatieve bedrijven zonder hoog bezoekersaantal tot 1.000 m2 in het kansrijke gebied
Dagrecreatieve bedrijven zonder hoog bezoekersaantal tussen de 500 en 1.000 m2 in oppervlakte zijn onder voorwaarden toegestaan in het kansrijke gebied.
Bij voorkeur zien we recreatieve bedrijven in de buurt van de bosrijke gebieden. Die zijn hieronder op de kaart aangeduid als kansrijk gebied (voor niet bezoekers intensieve recreatieve bedrijven). Daarom geven we in dit gebied in principe meer ruimte voor bebouwing, tot 1.000 m2.
Bovenstaande zegt iets over de oppervlakte van de gebouwen. Omdat bij recreatie vaak ook buitenruimte een rol speelt houden we als vuistregel aan dat de totale oppervlakte van de functie niet groter mag zijn dan die van het voormalige agrarische bedrijf.
Ook hier is het bespreekbaar om bouwmogelijkheden te schuiven.
Figuur 8: Zonering kansrijke en minder kansrijke gebieden voor recreatieve bedrijven met meer dan 500 m2 aan bebouwing die niet bezoekersintensief zijn. Daarnaast voorkeurszones voor recreatieve bedrijven.
(doelen 1, 3, 4 en 6)
Recreatie 4: Recreatieve bedrijven met een hoog bezoekersaantal tot 1.000 m2 onder in het kansrijke gebied
Dagrecreatieve bedrijven met een hoog bezoekersaantal tussen de 500 en 1.000 m2 in oppervlakte zijn onder voorwaarden toegestaan langs de provinciale wegen (kansrijke gebied).
Omdat de provinciale wegen zelf al hinder veroorzaken op het gebied van geluid en fijnstof zijn wat grotere dagrecreatieve bedrijven met een hoog bezoekersaantal in deze zone meer kansrijk.
Daar komt bij dat deze wegen meer verkeer kunnen verwerken.
Met deze bedrijven bedoelen we, niet limitatief:
escaperooms;
rijhallen 18 Artikel 15.1, aanhef en onder a., Ibid. ;
paintball;
padel en andere balsporten; en
andere dagrecreatieve bedrijven en voorzieningen die een grote verkeersaantrekkende werking of behoefte aan parkeervoorzieningen hebben.
Een harde grens van wat kan worden toegestaan is op voorhand niet te geven. Als vuistregel kan worden gehanteerd:
als er sprake is van een in/uitrit op de provinciale weg, niet meer dan één.
Ook hier is het bespreekbaar om bouwmogelijkheden te schuiven.
(doelen 1, 3, 4 en 6)
Figuur 8: Zonering kansrijke en minder kansrijke gebieden voor bezoekersintensieve recreatie
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.1
Waar is recreatie een geschikte functie?
Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing