De uitkomsten van de 3 groepen waren redelijk vergelijkbaar. Daarom wordt de conclusie gezamenlijk van alle groepen.
Woningen moeten ook op een andere locatie gebouwd mogen worden
De belangrijkste wens was dat woningen ook op een andere locatie dan de slooplocatie gebouwd (moeten) mogen worden. Als een boer die tussen heel veel andere boeren zit wil stoppen dan zou het wenselijker zijn als de woningen dan niet per se op deze locatie gebouwd moeten worden. Het is daarom wenselijk als de gemeente een gebied aanwijst waar de woningen dan wel gebouwd kunnen worden.
Woningen het liefst rond het dorp
Als voorkeurslocatie voor nieuwe woningen uit functieveranderingsplannen werd het gebied rondom de bebouwde kom aangegeven ten noorden van de N224. Dat heeft meerdere voordelen:
Boeren worden niet beperkt in uitbreidingsplannen
Bij elk functieveranderingsplan worden onderzoeken uitgevoerd of het plan milieutechnisch uitvoerbaar is. Daarbij wordt uitgegaan van de planologische situatie. Het kan daarom gebeuren dat boeren b.v. niet meer kunnen uitbreiden buiten het bouwvlak omdat de afstanden dan te klein zijn. Hoe groter de afstand tussen woningen en agrarische bedrijven hoe beter.
Kans op overlast van boeren minimaal
Ondanks de onderzoeken voorafgaand aan een functieveranderingsplan kan het voorkomen dat de nieuwe buren stankoverlast hebben als de wind verkeerd staat. Dat kan in het ergste geval tot burenruzie lijden.
Goede verkeersontsluiting belangrijk
Gezien de discussie rondom de bereikbaarheid in Zuid (Nieuwe Koepel), werd meegegeven dat we in het buitengebied in het Noorden van Scherpenzeel moeten opletten dat we niet dezelfde situatie krijgen. Een goede verkeersafwikkeling is daarom belangrijk.
Voorzieningen zijn dichtbij
Er werd aangegeven dat jonge gezinnen liever dicht bij de voorzieningen wonen. Als de woningen aan de noordkant van het dorp gebouwd worden dan zijn de afstanden minimaal.
Woningsplitsing en kleine groepen woningen wenselijk
Versnippering van woningen kan om de bovenstaande redenen beperkend zijn voor agrariërs. Als er een boer stopt die geen andere boeren om zich heen heeft, dan zijn wel meerdere woningen denkbaar. Hiervoor is wenselijk dat de woningen een landelijke uitstraling hebben. Als mooie voorbeeldprojecten werd de Vlieterweg 151 en een project in Elst genoemd. Hierbij gaat het om rijtjeswoningen die er gezamenlijk uitzien als een landelijke schuur. Daar is het voordeel dat een erf dan compact blijft en het landschap nog steeds open is. Dat is anders dan bij losse vrijstaande woningen. Deze hebben vaak grote percelen waardoor het buitengebied ‘opgesnoept’ wordt. Ook woningsplitsing van bestaande woningen is wenselijk omdat deze vaak veel te groot zijn voor de meeste gezinnen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1
Wonen
Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing