Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.2

Bedrijf

Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Ook voor dit onderwerp zijn de uitkomsten van alle drie groepen gebundeld. Kleinschalige, lokale bedrijven met een lage milieucategorie zijn gewenst De participanten waren het eens over het type bedrijf wat in het buitengebied moest komen. Daarbij waren de volgende factoren belangrijk: De weg moet geschikt zijn voor de verkeersbewegingen Een belangrijk aspect is dat de wegen geschikt moeten zijn. De wegen in het buitengebied zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor transportbedrijven. Zulke bedrijven kunnen beter langs de provinciale wegen gevestigd worden. Daarom zijn vooral kleinschalige bedrijven gewenst. Het aantal verkeersbewegingen mag niet toenemen. Dus ook de impact op de omgeving moet gemonitord worden. Een binding met het dorp is wenselijk De wens gaat uit naar lokale ondernemers die een binding hebben met Scherpenzeel. Bedrijven moeten een lage milieucategorie hebben Zware industrie is niet wenselijk. De voorkeur gaat uit naar kleinschalige ambachtsbedrijven. Als voorbeeld werden timmerbedrijven genoemd. Goede landschappelijke inpassing is belangrijk Enerzijds ging het hierbij om de architectuur van het gebouw die esthetisch verantwoord moet zijn. Anderzijds moet het bedrijf zich goed in het landschap invoegen, zodat het open landschap intact blijft. Bestaande agrarische bedrijven mogen niet gehinderd worden Het wel belangrijkste onder de aanwezigen was dat de bestaande agrarische bedrijven niet gehinderd mogen worden. Ook uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande bedrijven moeten mogelijk zijn. Aangezien woningen gevoeliger zijn voor naburige agrarische bedrijven gaat de voorkeur uit naar bedrijven. Om het probleem te voorkomen is er een wens om flexibel om te gaan met het bouwblok. Een uitruil binnen de regio of het verplaatsen van het bouwblok op het perceel zou daar een optie kunnen zijn.

Rechtspraak bij dit artikel