Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.3

Recreatie

Onderdeel van Scherpenzeelse uitwerking Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Ook al leken functieveranderingen naar wonen of bedrijven een beter verdienmodel te zijn, waren de participanten grote voorstander van een beleefbaar buitengebied. Hierbij werd al op detailniveau gesproken welke soort recreatie wenselijk is. Alleen kleinschalige overnachtingsmogelijkheden Door park Ruwinkel is er al een grootschalige overnachtingsmogelijkheid. Toekomstige overnachtingsmogelijkheden moeten daarom vooral kleinschalig zijn. Als voorbeeld werd een boerencamping en trekkershut/ tiny houses genoemd. Laatste kan een onderdeel van het verdienmodel van het landgoed zijn. Hierdoor kan het landgoed en de wegen in stand gehouden worden. Andere overnachtingsmogelijkheden passen beter in het dorp omdat daar de voorzieningen zijn. Hier werd als voorbeeld een Bed & Breakfast genoemd. Geen recreatie met grote verkeersaantrekkende werking Om het buitengebied rustig te houden, is dagrecreatie waar veel mensen op af komen niet gewenst. Ook is er geen behoefde voor vergaderlocaties of bezoekerscentrum. Wat wel passend geacht wordt is laagdrempelige horeca zoals een theehuis. Ook dagbesteding of dagopvang voor ouderen zou gewaardeerd worden. Wandel- en rustgebied aanwijzen Een belangrijke wens was het om de rust in het buitengebied te houden. Daarom moeten er gebieden aangewezen worden waar wandelroutes lopen. De voorkeur hebben de gebieden bij het bos, de schietbaan en de Grebbelinie. Ook is er behoefde aan mountainbikeroutes. Hierbij is belangrijk dat de routes gepland worden voordat ze er spontaan ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel