Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16.

Melding incidentele standplaatsen

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025

1.. Een melding voor een incidentele standplaats dient tenminste 10 werkdagen van tevoren ingediend te worden. De melder krijgt na indiening een ontvangstbevestiging. 2.. Voor een incidentele standplaats komen alleen in aanmerking: Verenigingen met een ideële of politieke grondslag; Instellingen die voorlichting geven en preventiewerk verrichten op het gebied van volksgezondheid; Activiteiten die de veiligheid en personen en goederen bevorderen. 2.. Op de volgende locaties kan een incidentele standplaats worden ingenomen: Damplein te Leidschendam; Prins Frederiklaan te Leidschendam; Herenstraat te Voorburg; Koningin Julianalaan te Voorburg; Evenemententerrein Prins Bernhardlaan te Voorburg. 3.. Het college stelt de volgende voorschriften ten aanzien van incidentele standplaatsen vast: Alle aanwijzingen en bevelen van de politie, brandweer en/of ambtenaren van de gemeentelijke afdeling toezicht en handhaving moeten direct worden opgevolgd. De melder vrijwaart de gemeente van alle vorderingen die derden tegenover haar zou kunnen instellen tot vergoeding van schade door handelingen, nalatigheden of onvoorzichtigheden, voortvloeiende uit innemen van de standplaats. Werkzaamheden nodig om beschadigingen en/of vervuiling op te heffen zijn voor rekening van de melder. Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. In alle gevallen dient de verkeersveiligheid gewaarborgd te worden. Standplaatsen mogen het uitzicht op kruisingen, oversteekplaatsen, uitritten en dergelijke niet belemmeren. Voertuigen behorende bij de standplaats dienen op een reguliere parkeerplaats geparkeerd te worden. Het is aan de standplaatshouder zelf om voor een nutsvoorziening te zorgen, zonder hierbij gebruik te maken van geluid producerende middelen zoals een aggregaat of generator. Indien de vergunninghouder gebruik maakt van (stroom)kabels die over het trottoir moeten liggen, dan dienen de kabels afgedekt te zijn met rubberen matten. Eventueel aanwezige brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen dienen te worden vrijgehouden voor blusvoertuigen en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt. De minimale doorrijbreedte voor hulpdiensten dient 4,5 meter zijn, waarvan 3,25 meter verhard. De minimale vrije doorrijhoogte voor hulpdiensten dient 4,2 meter zijn. Er dient voldoende ruimte in de bochten te zijn voor brandweervoertuigen, let daarbij ook op luifels of andere obstakels in de weg. Uitgangen en nooduitgangen van gebouwen aangrenzend aan de standplaats (zoals winkels en cafés) dienen vrij te blijven. Het gebruik van geluidsapparatuur is niet toegestaan. Bakken en frituren is niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel