De volgende voorschriften worden in elk geval verbonden aan een standplaatsvergunning:
Alle aanwijzingen en bevelen van de politie, brandweer en/of ambtenaren van de gemeentelijke afdeling toezicht en handhaving moeten direct worden opgevolgd.
De vergunninghouder vrijwaart de gemeente van alle vorderingen die derden tegenover haar zou Kunnen instellen tot vergoeding van schade door handelingen, nalatigheden of onvoorzichtigheden, voortvloeiende uit gebruikmaking van de vergunning.
Werkzaamheden nodig om beschadigingen en/of vervuiling op te heffen zijn voor rekening van de vergunninghouder.
Bij overtreding van de voorschriften of wettelijke bepalingen kan de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken.
Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
De vergunning is persoonsgebonden. De standplaatshouder moet het verkooppunt zelf exploiteren onder zijn directe verantwoordelijkheid.
In geval van ziekte of bijzondere omstandigheden kan in de vergunning een tijdelijke plaatsvervanger worden aangewezen door de vergunninghouder. Deze tijdelijke plaatsvervanger handelt wel onder directe verantwoordelijkheid van de standplaatshouder.
De vergunninghouder kan een vaste waarnemer aanwijzen in de vergunning. De vergunninghouder blijft volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor de standplaats. De vergunninghouder meldt dit bij de gemeente en verstrekt de gemeente desgewenst de NAW-gegevens van deze vervanger.
De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en bedrijfsnaam aan te geven.
Het gebruik van geluidsapparatuur is niet toegestaan.
De standplaats mag uitsluitend worden ingenomen op de aangegeven locatie op de plattegrond.
Het is de vergunninghouder niet toegestaan een terras bij de standplaats neer te zetten of op andere wijze een zitmogelijkheid te creëren.
De standplaats mag uitsluitend worden ingenomen op de in de vergunning aangegeven locatie.
De standplaats mag alleen worden ingenomen voor het te koop aanbieden van goederen, het verkopen of verstrekken van goederen, dan wel het aanbieden van diensten, zoals in de vergunning is omschreven.
Voertuigen behorende bij de standplaats dienen op een reguliere parkeerplaats geparkeerd te worden.
Het college behoudt het recht ingevolge bijzondere omstandigheden en/of onverwachte situaties van de goedgekeurde locatie af te wijken.
Het college behoudt het recht om aanvullende voorwaarden/gewijzigde voorwaarden aan de vergunning te stellen.
De verkoop dient binnen de tijden zoals aangegeven in de beleidsregels plaats te vinden. Buiten die tijden is het niet toegestaan de standplaats in te nemen.
De vergunninghouder ambulante standplaats moet iedere dag na exploitatie van de standplaats deze volledig ontruimen. De standplaats moet worden ontruimd binnen een uur nadat de verkoop moet zijn beëindigd. Het verkooppunt moet verrijdbaar of verplaatsbaar zijn.
Rijplaten moeten worden neergelegd wanneer er sprake is van een kwetsbare ondergrond.
De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt. De standplaatshouder moet de standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan tijdens en na het gebruik vrij te houden van afval en verpakkingsmaterialen.
Het is aan de standplaatshouder zelf om voor een nutsvoorziening te zorgen, zonder hierbij gebruik te maken van geluid producerende middelen zoals een aggregaat of generator.
Als de vergunninghouder gebruik maakt van (stroom)kabels die over het trottoir moeten liggen, dan dienen de kabels afgedekt te zijn met rubberen matten.
Eventueel aanwezige brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen dienen te worden vrijgehouden voor blusvoertuigen en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.
In alle gevallen dient de verkeersveiligheid gewaarborgd te worden.
De standplaats mag het uitzicht op kruisingen, oversteekplaatsen, uitritten en dergelijke niet belemmeren.
De minimale doorrijbreedte voor hulpdiensten dient 4,5 meter zijn, waarvan 3,25 meter verhard.
De minimale vrije doorrijhoogte voor hulpdiensten dient 4,2 meter zijn.
Er dient voldoende ruimte in de bochten te zijn voor brandweervoertuigen, let daarbij ook op luifels of andere obstakels in de weg.
Uitgangen en nooduitgangen van gebouwen aangrenzend aan de standplaats (zoals winkels en cafés) dienen vrij te blijven.
In het geval van een bakkraam of bakwagen worden aanvullend de volgende voorschriften verbonden:
Blustoestellen of blusmiddelen met een inhoud van tenminste 6 kg of 6 liter blusstof dienen zichtbaar en voor onmiddellijk gebruik gereed te zijn haspels dienen volledig te zijn afgerold. Met uitzondering van de haspels waarbij de instructie aangeeft dat afrollen niet noodzakelijk is.
De brandblusser moet zijn gekeurd.
Een gasfles dient altijd rechtop te staan en mag niet worden geplaatst in een vluchtroute en/of dicht bij een warmtebron, zoals een open vuur of kachel.
Gasslangen moeten periodiek vakkundig gecontroleerd worden op slijtage, lekkage en beschadigingen. Bij verkleuring, vervorming, beschadiging of tekenen van poreusheid dient de gasslang vervangen te worden. De slang en gasdrukregelaar die wordt gebruikt moet passen bij het soort gas wat wordt gebruikt. Een gasslang dient te zijn voorzien van een jaartal en de naam van de fabrikant.
Hoofdstuk 5
Artikel 17.
Vergunningvoorschriften
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025