Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.5

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Beleidsregels generatiewonen en woningsplitsing

Voor de lezing van deze beleidsregels hanteren wij de volgende specifieke begripsomschrijvingen. Daar waar in deze beleidsregels begrippen worden gebruikt die niet in het onderstaande zijn gespecificeerd houden wij de begripsomschrijvingen vanuit de vigerende Omgevingsplannen aan. Initiatiefnemer omgevingsvergunning Natuurlijk persoon, tevens eigenaar en hoofdbewoner van de woning als hoofdgebouw, met bijbehorende gronden. De aanvrager van de formele omgevingsvergunning kan ook een gemachtigde derde zijn. Generatiewonen Het samenwonen van meerdere generaties op één adres in één bestaande woning en een daarbij behorend bouwwerk op hetzelfde perceel. Onder deze generaties wordt in dit beleid verstaan: (over)grootouders, (schoon)ouders, (stief)kinderen, kleinkinderen en broers/zwagers en (schoon)zussen van de eigenaar, tevens hoofdbewoner van het hoofdgebouw. De omgevingsvergunning wordt aangevraagd door de eigenaar van het hoofdgebouw. Dit is de vergunninghouder. Onder woning wordt in dit beleid niet verstaan: een bestaand woonschip. Generatiewoning Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dat ten behoeve van het generatiewonen een woonfunctie heeft in welke men onder de in deze beleidsregels gestelde voorwaarden mag wonen. Wonen Het wonen in een woning ten behoeve van de permanente bewoning; Woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden dan wel een naar de aard daarmee gelijk te stellen samenlevingsverband. Woonstraat Het samenstel van adressen met dezelfde straatnaam. Voor overige begripsbepalingen hanteren we de betreffende bepalingen uit de per casus van toepassing zijnde Omgevingsplannen.

Rechtspraak bij dit artikel