De veiligheid van het verkeer op de weg is een zwaarwegend criterium. Een uitweg mag geen gevaarlijke verkeerssituaties opleveren. Voor een veilig en doelmatig gebruik van de weg dient in ieder geval aan de volgende uitgangspunten te worden voldaan:
Een uitweg wordt op meer dan 5 meter van een rotonde, kruising, splitsing van wegen en/ of een voetgangersoversteekplaats aangelegd;
Een uitweg mag niet worden aangelegd ter plaatse van obstakels, zoals verlichting, laadpalen, bebording, nutsvoorzieningen of straatmeubilair als blijkt dat deze niet verplaatst kunnen worden. Bij verplaatsing zijn de kosten voor de aanvrager;
Een uitweg mag niet worden aangelegd op een plaats waar het zicht vanaf de uitweg op de weg onvoldoende is;
Een uitweg heeft een maximale breedte van 3,5 meter. Bij verlaagde stoepranden waarbij de uitweg op een nagenoeg gelijk niveau als de weg ligt, of in situaties waarbij een duidelijke uitwegconstructie ontbreekt, geldt eveneens dat de uitweg maximaal 3,5 meter breed is. Als er sprake is van een dubbele garage of als de toegangsweg tot de uitweg maar een beperkte breedte heeft, dan kan een verbreding van de uitweg tot 5,5 meter mogelijk zijn.
Een dubbele uitweg bij 2 woningen heeft een maximale breedte van 7 meter. Als er twee afzonderlijke uitwegen worden samengevoegd tot 1 uitweg, dan betreft de maximale breedte eveneens 7 meter.
Een uitweg bij een bedrijfspand heeft een maximale breedte van 10 meter. Daarbij geldt dat keren en rangeren zoveel als mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden. Als er sprake is van een groot bedrijfspand, dan kan per 50 meter frontbreedte van het bedrijfsgebouw of -perceel maximaal 10 meter brede uitweg worden toegestaan.
Artikel 5
Veiligheid en doelmatig gebruik van de weg
Onderdeel van Beleidsregels Uitwegen Heerlen 2025