Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving

Onderdeel van Beleidsregels Uitwegen Heerlen 2025

Indien een uitweg wordt aangevraagd voor het parkeren van een voertuig op eigen terrein, verandert daarmee het uiterlijk aanzien van de omgeving. In het (tijdelijke) omgevingsplan is parkeren voor de voorgevel of in de (voor)tuin alleen toegestaan als hier een omgevingsvergunning voor wordt verleend. Hierbij wordt getoetst aan de voorliggende beleidsregel en de onderstaande criteria: Het parkeren leidt niet tot stedenbouwkundige bezwaren, en; Het parkeren leidt niet tot verkeerskundige bezwaren, en; Het parkeren kan niet anders gerealiseerd worden. Bij de beoordeling van die omgevingsvergunning wordt gekeken naar de stedenbouwkundige en ruimtelijke relevante onderwerpen. Het gaat hier om zowel directe- als indirecte gevolgen van het voortuin parkeren op het uiterlijk aanzien van de omgeving. Als er sprake is van negatieve effecten ten aanzien van het uiterlijk aanzien van de omgeving, dan zal de omgevingsvergunning niet verleend worden. In dat geval zal ook de uitwegvergunning niet verleend worden. De directe gevolgen hebben betrekking op de beeldkwaliteit en de beleving van het straatbeeld. Een plan voor een uitweg mag in principe geen negatieve gevolgen hebben voor de gewenste beleving van het straatbeeld. De omgevingsvergunning om te parkeren voor de voorgevel of in de voortuin kan worden verleend indien de aanleg van een parkeerplaats in de voortuin kan worden aangemerkt als een onderdeel van de tuinaanleg en als zodanig past, in de gebruiksactiviteit ‘tuin’, waarbij: de parkeerplaats niet meer dan 40 % van de tuin bedragen in beslag neemt en; de tuin ten minste 6 meter diep is.

Rechtspraak bij dit artikel