Een uitweg heeft ter plaatse van de perceelgrens een maximale breedte van 3,5 meter. Bij verlaagde stoepranden waarbij de uitweg op een nagenoeg gelijk niveau als de weg ligt, of in situaties waarbij een duidelijke uitwegconstructie ontbreekt, geldt eveneens dat de feitelijke uitweg maximaal 3,5 meter breed is.
Een bredere (dubbele) uitweg tot maximaal 5,5 meter breed is mogelijk als:
in de openbare ruimte onvoldoende ruimte is om te draaien bij in- en uitrijden;
bij een dubbele garage in betreffende pand;
op basis van het omgevingsplan twee parkeerplaatsen op eigen terrein noodzakelijk zijn én een bredere uitweg noodzakelijk is om die twee parkeerplaatsen onafhankelijk van elkaar te kunnen gebruiken.
Een tweede uitrit is mogelijk als:
de frontbreedte breder is dan 25 meter (hierbij gaat het om een uitrit van maximaal 3,5 meter breed);
de afstand tussen de uitwegen, gemeten aan de wegzijden van het perceel, groter is dan 15 meter.
de tweede uitweg geen gemeentelijke groenstrook doorsnijdt.
Als niet wordt voldaan aan bovenstaande punten, mogen beide uitwegen ook gecombineerd worden tot één brede (dubbele) uitweg van maximaal 5,5 meter breed.