Indien op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, komen achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking:

kinderen van de bewoner die de standplaats achterlaat;

kleinkinderen van de bewoner die de standplaats achterlaat;

overige familieleden van de bewoner die de standplaats achterlaat;

bewoners van de locatie waarop de standplaats gelegen is;

bewoners van andere locaties;

overige woningzoekenden, waarbij de woningzoekende met de langste inschrijfduur als eerste in aanmerking komt.

Onder overige familieleden als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verstaan: andere bloedverwanten in de eerste of tweede graad dan kinderen en kleinkinderen.